Kinderen willen vaker buitenspelen maar missen kameraadjes, zegt Jantje Beton
In dit artikel:
Een onlineonderzoek onder 1.136 kinderen (6–12 jaar) geeft inzicht in waarom veel kinderen minder buiten spelen dan ze zouden willen. Ruim de helft zegt vaker buiten te willen zijn, maar de belangrijkste rem is volgens vier op de tien het ontbreken van speelkameraadjes op straat — een neerwaartse cirkel waarin weinig buitenspelende kinderen nog minder anderen naar buiten lokken. Andere genoemde drempels zijn digitale speelmogelijkheden en de voorkeur voor leuker binnenspeelgoed (beide ~30%), en een gebrek aan buitenactiviteiten (~20%).
Er is een duidelijk stedelijk-ruraal verschil: kinderen in niet-stedelijke gemeenten brengen gemiddeld 8,7 uur per week buiten door, tegenover 6,9 uur in grote steden als Amsterdam, Eindhoven en Rotterdam. Ook waarderen dorpskinderen buitenspelen hoger (rapportcijfer 8,4) dan kinderen uit zeer stedelijke gebieden (7,8). Bij meer dan een derde van de kinderen is er geen speelplek binnen 200 meter, wat volgens Jantje Beton leidt tot "speelongelijkheid" — ongelijkheid in toegang tot spelen.
Jantje Beton en directeur Mascha van Werven waarschuwen dat speelruimte geen luxe is maar een basisvoorwaarde voor gezonde ontwikkeling: buiten spelen bevordert motoriek, zelfvertrouwen, samenwerking en probleemoplossing, en verdient daarom actie op lokaal niveau.