Kinderen van Bekaert-dynastie ontspringen de dans na witwasvervolging 8 miljoen euro

woensdag, 25 maart 2026 (13:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

De Brugse correctionele rechtbank heeft de strafvordering tegen baron Léon Bekaert (67) en jonkvrouw Anne Bekaert (69) onontvankelijk verklaard in een dossier rond vermeende witwaspraktijken en niet-aangegeven gelden. De zaak draaide om miljoenen die afkomstig zouden zijn uit een private stichting in Liechtenstein die hun vader, Antoine Bekaert, in 1984 had opgericht. Na zijn overlijden zes jaar later circuleerde dat vermogen via een Bahama-offshore (2004) en later via levensverzekeringen in Luxemburg (2010) voordat het in 2018 naar België werd teruggehaald; Léon verdeelde toen ongeveer acht miljoen euro onder zijn kinderen. In maart 2019 deed de bank uiteindelijk een melding bij de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI).

Het openbaar ministerie beschouwde de constructies als middelen om successierechten te ontduiken en eiste voor Léon een voorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden, een boete van 2 miljoen euro en verbeurdverklaring van 3,2 miljoen; voor Anne idem met een boete van 320.000 euro en verbeurdverklaring van 478.000 euro. De procureur stelde dat de stichting feitelijk onder controle bleef van Antoine en later zijn kinderen, en dat uitkeringen aangifteplichtig waren.

De verdediging voerde aan dat de stichting en de daaropvolgende constructies volgens de toen geldende regels en op advies van experts werden opgericht, en dat Antoine zijn kinderen door schenking al regelmatig ondersteunde. Bovendien klaagden de advocaten dat door het lange tijdsverloop veel cruciale documenten uit de jaren tachtig en negentig verdwenen zijn, waardoor een behoorlijke verdediging onmogelijk is en bewijsonderzoek naar vermeende successiefraude niet meer kan worden gevoerd. Ze wezen ook op het feit dat bij de repatriëring de bank aanvankelijk geen aanwijzingen voor illegale herkomst zag en dat alle Luxemburgse documenten werden voorgelegd.

De rechtbank verwees uiteindelijk naar schendingen van het recht op een eerlijk proces en de rechten van verdediging: omdat er onvoldoende en/of niet-transparant onderzoek is gevoerd naar de veronderstelde successiefraude en omdat bewijsmateriaal door het verstrijken van de tijd niet meer beschikbaar is, achtte zij verdere vervolging onhoudbaar. De strafvordering werd daarom afgewezen en de beklaagden gaan vrijuit.

Kort samengevat: een langlopende familiekapitaalconstructie belandde bij de CFI en het parket, maar door procedurële problemen en gebrek aan bewaring van oude dossiers kon het Gentse dossier niet leiden tot strafrechtelijke veroordelingen.