Kinderen mogen risicovol spelen in eerste rommelspeeltuin van Groningen. 'Ze wanen zich in hun eigen wereld'
In dit artikel:
Woensdag opende Tuin in de Stad in het Westpark een rommelspeeltuin waar kinderen vrij kunnen rennen, klimmen, fik stoken en vies worden tussen autobanden, pallets en planken. Op de eerste middag rolden en klauterden kinderen over een houten heuvel die tegelijk als glijbaan en klimmuur fungeert; negenjarige Teun noemt die heuvel zijn favoriet, terwijl zesjarige Mats zich even met weegbree tegen de prik van een brandnetel verzorgt.
Ouders mogen het terrein niet betreden; in plaats daarvan zijn er altijd twee playworkers aanwezig die op de achtergrond toezicht houden en alleen ingrijpen bij echt gevaar. Een van hen benadrukt dat risicovol spelen belangrijk is voor de ontwikkeling: kinderen leren hier zelf grenzen te verkennen, risico’s inschatten en hun creativiteit te gebruiken. Veel ouders vinden dat een goede aanpak: Martinus Kuiper zegt dat hij wel toezicht wil bij “de meest gruwelijke gevallen”, maar verder kinderen hun gang wil laten gaan, terwijl Mijke Schaap stelt dat kinderen op zo’n plek zichzelf prima redden.
De initiatiefnemers hopen dat meer gemeenten dergelijke plekken steunen: Groningen is nu de derde Nederlandse stad met een rommelspeeltuin, na Amersfoort en Utrecht. De speeltuin is tijdelijk geopend tot 19 juni, elke woensdag- en vrijdagmiddag van 14.00 tot 17.00 uur. Rommelspeeltuinen (ook wel adventure- of junkplaygrounds) worden gezien als waardevolle aanvulling op regulier spel, juist omdat ze kinderen ruimte bieden om op een gecontroleerd-onveilige manier te ervaren, leren en samenwerken.