Kinderboekenschrijver Pieter Koolwijk: 'Mensen vonden mij een rotjochie, maar ik heb altijd het gevoel gehad: ik kan meer'

vrijdag, 5 juni 2026 (15:34) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Pieter Koolwijk (52) is een kinderboekenschrijver uit Zwolle die bekendstaat om fantasierijke verhalen met een serieuze onderstroom. Sinds 2012 publiceerde hij veertien titels; zijn boek Een rugzak vol (2025) won recent de Kinderjury-prijs (categorie 10–12 jaar) en Gozert (2020) kreeg eerder de Gouden Griffel, een van de belangrijkste onderscheidingen in de jeugdliteratuur. Tot voor kort combineerde hij het schrijven met een baan als ict’er bij de gemeente Emmen; vorig jaar stopte hij met die vaste baan nadat zijn schrijverscarrière voldoende was aangeslagen.

Koolwijks werk is herkenbaar door uitbundige fantasie en de kleurrijke illustraties van Linde Faas. Zijn hoofdpersonen zijn vaak buitenstaanders of kinderen die grenzen opzoeken: pratende wezentjes in Een rugzak vol, een onzichtbare vriend in Gozert. Achter de avontuurlaag behandelt hij zware thema’s zoals gescheiden ouders, pesten, de dood en psychiatrie. Dat laatste leverde bij Gozert reacties op uiteenlopende manieren: kinderen vinden het spannend en grappig, sommige volwassenen zoeken vooral naar herkenning of kritiek op beroepspraktijken in de kinderpsychiatrie. Koolwijk benadrukt dat hij primair fantasieverhalen schrijft, maar dat mentale gezondheid en neurodiversiteit regelmatig onmiskenbare thema’s zijn.

Zelf is Koolwijk zeer open over zijn eigen achtergrond en de bronnen van zijn verhalen. Als kind voelde hij zich vaak buiten de groep staan en gedroeg hij zich ondeugend; één lerares gaf hem echter erkenning, iets wat veel voor hem betekende. Op zijn 31ste kreeg hij de diagnose ADHD-NOS, en hij herkent in veel van zijn personages kenmerken van ADHD en autisme. Medicatie wilde hij aanvankelijk niet; hij zocht liever praktische handvatten via therapie. Zijn werkwijze als schrijver sluit aan bij die persoonlijkheid: hij is gehecht aan routines, raakt in “hyperfocus” tijdens het schrijven en werkt het liefst alleen in zijn werkkamer, omgeven door kinderboeken, fantasyseries, ratelende mechanische toetsen van zijn toetsenbord en een koptelefoon met hardstyle.

Het leven van Koolwijk bevat ook moeilijke perioden die hem vormden. Voordat hij schrijver werd had hij uiteenlopende banen — postbode, magazijnmedewerker, houtwormbestrijder — en lang werkte hij bij de gemeente, juist vanwege de financiële zekerheid. Hij kampte met schulden, slordige geldhuishouding en schaamte hierover, maar zegt inmiddels alles te hebben afbetaald en met hulp van een boekhouder financieel op orde te zijn. Persoonlijke problemen, stoppen met roken en een laag gestelde bloeddruk leidden vorig jaar tijdelijk tot paniekaanvallen; hij noemt sporten, boksen, Lego-bouwen en schrijven als belangrijke hulpmiddelen om rust te vinden.

Koolwijk bezoekt veel scholen en merkt dat kinderen vaak veel meer oppikken van zijn verhalen dan volwassenen verwachten; leerlingen durven in klasgesprekken soms moeilijke vragen te stellen over mentale gezondheid en hun gevoelens. Hij pleit ervoor dat schrijvers vooral schrijven wat henzelf blij maakt in plaats van te veel te sturen op wat kinderen “zouden moeten” lezen. Tegelijk toont hij begrip voor huidige aanpassingen op scholen — wiebelkussens, koptelefoons, bewegingsmomenten — maar vindt soms dat er ook ruimte mag zijn voor duidelijkheid en gezag in opvoeding en onderwijs.

Persoonlijke anekdotes illustreren zijn stijl en levenshouding: hij houdt van Star Wars- en Zelda-lego, was vroeger “gabbertje” op feesten en vertelt relativerend over kleine tegenvallers zoals autoschade of een botsing waarbij hij zijn woede leert bedwingen. Dienstplicht ervaart hij achteraf als leerzaam: soms kun je verliezen en moet je je verlies aanvaarden.

In zijn oeuvre zoekt Koolwijk naar de balans tussen knotsgekke fantasie en herkenbare emoties. Zijn boeken verbinden speelse verbeelding met thema’s rond neurodiversiteit en mentale gezondheid, waardoor ze zowel kinderen aanspreken als volwassenen aan het denken zetten. Daarmee behoort hij — mede door grootste prijzen als de Gouden Griffel en nu de Kinderjury-prijs — tot de relevante stemmen in hedendaagse jeugdliteratuur.