Kinderboekenschrijver Astrid Sy: 'Ik hou van alle kinderen: van hele kleintjes tot grote, boze, chagrijnige pubers'
In dit artikel:
Astrid Sy (38) is historicus, voormalig televisiemaker en succesvol jeugdboekenschrijver; onlangs werd ze benoemd tot kinderboekenambassadeur. Ze zegt zich nog te moeten oriënteren op wat het ambtswerk precies inhoudt, maar voelt zich erdoor aangesproken: ze houdt van kinderen van alle leeftijden, leest graag en heeft een achtergrond in de media die haar daarbij helpt. Als kinderboekenambassadeur wil ze vooral het plezier in lezen en interesse in geschiedenis bij kinderen stimuleren.
Sy werkte jarenlang voor het geschiedenisprogramma Andere Tijden, maar betreurt dat het klassieke format door bezuinigingen grotendeels verdwenen is. Bij Andere Tijden ontdekte ze dat haar kracht meer ligt in maken dan in presenteren; haar favoriete aflevering ging over Josephine Baker. Parallel daaraan ontwikkelde ze een loopbaan als kinderboekenschrijfster. Haar bekendste titel is De glazenwasser van het Rijksmuseum, over de twaalfjarige Freddy die via schilderijen tijdreizen kan. Het boek voor 10-plussers bereikt ook jongere kinderen en volwassenen; Het Klokhuis wijdde een aflevering aan het verhaal en het Rijksmuseum ontwikkelde er een educatief programma bij. Een 19de-eeuws schilderij van een zwart meisje speelt in het boek een rol en leidt ertoe dat kinderen nu in het museum vragen stellen over het werk.
Sy studeerde geschiedenis met een specialisatie in middeleeuwse studies; haar masterscriptie over scholastiek in 12de‑eeuws Frankrijk omschrijft ze als zwaar en leerzaam onderzoekswerk. Ze raakte daarnaast gespecialiseerd in Holocaustonderzoek: direct na haar studie werkte ze als onderzoeker voor Yad Vashem en deed filmonderzoek naar Joods Nederland, en ze was verbonden aan de Anne Frank Stichting en het Holocaustmuseum. Het werk met verdwenen familiearchieven maakte haar bewust van de verantwoordelijkheid om verhalen te bewaren.
Persoonlijk is Sy een kosmopoliet met verschillende wortels. Ze werd in Leiden geboren, groeide deels op in Senegal (haar vader is Senegalees) en bracht veel zomers door in Zweden en Finland — haar oma was Fins, haar opa Zweeds en werkte later voor de KLM. Die Scandinavische opvoeding voedde haar liefde voor natuur, tradities en kinderboeken; Astrid Lindgren noemt ze als rolmodel. Sy woont nu met haar gezin in Zuiderwoude, heeft tot haar 34e in Amsterdam gewoond en voelt zich nog sterk met die stad verbonden.
Haar persoonlijke achtergrond komt ook terug in haar werk en in haar betrokkenheid bij maatschappelijke thema’s. Als kind maakte ze racisme mee: uitsluiting bij spelletjes en scheldpartijen die haar anders bestempelden. Op twaalfjarige leeftijd kreeg ze bij Koninginnedag in Leiden de gelegenheid om haar brief over racisme te overhandigen aan koningin Beatrix, hetgeen haar bijbleef omdat Beatrix haar serieus nam. Sy combineert schrijven met andere werkzaamheden en het opvoeden van jonge kinderen; ze publiceerde vier kinderboeken en werkt nu aan twee nieuwe titels — een voor kleine kinderen geïnspireerd op haar Scandinavische jeugd en een zwaarder verhaal over slavernij in het Amerika van net vóór de Burgeroorlog. Voor haar is kinderboeken schrijven een manier om het kind in zichzelf te bewaren en jonge lezers te enthousiasmeren.