Kille bureaucratie in de zorg: bejaarde man met hartpijn afgescheept met pammetje en overlijdt
In dit artikel:
Een 75-jarige man uit Alkmaar, een dag na ontslag van de cardiologie, kreeg hevige pijn op de borst. Zijn zoon belde 112; de eerste ambulance concludeerde op basis van een ter plaatse gemaakt hartfilmpje dat er geen acute afwijking was en schreef de klacht toe aan hyperventilatie. De patiënt kreeg, in overleg met de huisartsenpost, oxazepam en bleef thuis. Zijn toestand verslechterde snel, een tweede ambulance kwam later met spoed, maar de man overleed diezelfde dag in het ziekenhuis nadat reanimatie was geprobeerd.
De familie diende een klacht in en eiste circa 18.000 euro voor uitvaartkosten, gederfde inkomsten en traumabehandeling. De ambulanceorganisatie verdedigde zich met verwijzing naar protocollen en stelde dat de patiënt wilsbekwaam zou zijn geweest toen hij koos om niet te worden vervoerd. De Geschillencommissie Ambulancezorg oordeelde anders: hulpverleners hadden te eenzijdig gefocust op de diagnose 'paniekaanval', en een normale ecg‑meting sluit een infarct niet volledig uit. Bovendien kon de man door de hevige pijn niet adequaat de gevolgen van zijn beslissing overzien; volgens de commissie had hij naar het ziekenhuis vervoerd moeten worden. Ook de klachtenafhandeling van de organisatie kreeg kritiek wegens trage en onzorgvuldige communicatie.
Desondanks wees de commissie de gevraagde materiële schadevergoeding af omdat niet met zekerheid vastgesteld kon worden dat directe opname het overlijden had voorkomen. De familie kreeg een immateriële vergoeding van 2.500 euro.
Dit dossier raakt aan enkele bredere punten: een ecg is niet onfeilbaar bij het uitsluiten van een acuut hartprobleem, hevige pijn kan de wilsbekwaamheid beïnvloeden, en rigide protocoltoepassing zonder brede klinische beoordeling kan fatale gevolgen hebben. De zaak illustreert ook de juridische drempels bij het aantonen van oorzakelijkheid en roept vragen op over triagepraktijken, verantwoordelijkheid van ambulancepersoneel en het niveau van schadevergoeding voor nabestaanden.