Kijk verder dan de speler: hoe de omgeving het beweeggedrag bepaalt
In dit artikel:
Waarom de ene hardloopgroep in een wijk floreert en een ander initiatief een paar straten verder faalt, of waarom een veelbelovend kind plots stopt met sport, is zelden een kwestie van alleen wilskracht. Het artikel legt uit dat gedrag rond bewegen beter te begrijpen is met het Ecologisch Model van Bronfenbrenner: een serie ‘lagen’ rondom het individu die elkaar beïnvloeden, als Russische matroesjka’s.
Wie en wat: de lagen van invloed
- Microsysteem (directe omgeving): dit is de dagelijkse context — gezin, school, werk, sportclub — waar concrete interacties plaatsvinden. Een stimulerende trainer, een groep vrienden die samen voetbalt of een kantoor zonder lunchwandelcultuur bepalen sterk of iemand gaat bewegen.
- Mesosysteem (bruggen tussen microsystemen): het samenspel tussen die directe omgevingen. Goede samenwerking tussen school en ouders of tussen fysiotherapeut en buurtsportcoach vormt een vangnet; slechte afstemming kan juist knelpunten veroorzaken.
- Exosysteem (indirecte invloeden): beslissingen waarvan de doelgroep zelf geen directe zeggenschap heeft, zoals gemeentelijke investeringen in een buurtpark, arbeidsroosters van ouders of het wegvallen van financiering voor beweegaanbod.
- Macrosysteem (cultuur en regelgeving): maatschappelijke normen, culturele opvattingen en wet- en regelgeving bepalen wie sport als vanzelfsprekend ziet en wie juist drempels ervaart. Trends en beleidswijzigingen hebben hier grote impact.
- Chronosysteem (tijd en levensgebeurtenissen): motivaties verschillen door levensfases en gebeurtenissen — puberteit, ouderschap, pensioen, maar ook externe schokken zoals de coronapandemie die thuis-workouts populair maakte.
Waar en wanneer: in wijk, school, club en beleid, continu in verandering
De invloed van deze systemen speelt in de leefomgeving (wijk, school, sportclub) en verandert over tijd. Daardoor is succes van initiatieven context- en tijdsgebonden.
Waarom dit belangrijk is voor professionals
Als sport- en beweegprofessional is het onvoldoende om alleen te richten op iemands motivatie. Het model biedt concrete aanknopingspunten: analyseer welke laag knelt of kansen biedt, zoek samenwerking met scholen en gemeente, benut subsidies, verbind organisaties in de wijk. Soms is de oplossing minder een nieuwe app en meer een gesprek met sleutelfiguren of het wegnemen van praktische barrières (bijv. vervoer of werkroosters).
Aanvulling: combineer buiten- en binnenwereld
Het model richt vooral op de buitenkant. Voor effectief handelen combineer je dit met kennis over iemands innerlijke wereld — motivatie, vaardigheden en belemmeringen — zodat je niet alleen één persoon stimuleert, maar mede een bredere beweegcultuur opbouwt.