Kijk: D66-raadslid beweert dat anti-AZC demonstranten méér misdrijven plegen dan asielzoekers (maar heeft geen cijfers paraat)
In dit artikel:
Tijdens een gemeenteraadsdebat in Den Haag botsten D66-raadslid Marije Mostert en FVD-fractievoorzitter Robbert van der Meijden over wie de grootste bedreiging voor de openbare orde vormt rond AZC’s: anti‑AZC-demonstranten of asielzoekers zelf. Mostert stelde dat extreemrechtse betogers die tegen opvanglocaties protesteren vaker verantwoordelijk zijn voor onrust — ze noemde brandstichting, intimidatie en het bekogelen van hulpdiensten — maar kon geen concrete cijferdata overleggen en zei alleen dat die “vast op te vragen zijn.”
Van der Meijden vroeg daarop expliciet naar harde cijfers en presenteerde volgens het debatstatements data over 2024 waarin naar voren zou komen dat 11 procent van de asielzoekers verdacht werd van gewelds- en agressiedelicten, tegenover 0,6 procent bij de algemene Nederlandse bevolking. De stukken van het CBS, WODC en politie worden genoemd als bronnen die de criminaliteitscijfers naar achtergrond uitsplitsen en volgens de schrijver een beeld tonen dat afwijkt van de framing die Mostert en haar partij lijken te gebruiken.
De zaak raakt aan een breder politiek vraagstuk: volgens het artikel wordt kritiek op het asielbeleid in Nederland vaak gereduceerd tot extremismebeschuldigingen, waardoor inwoners die zich zorgen maken over veiligheid in hun buurt worden weggezet als gevaarlijke of georganiseerde extreemrechtse elementen. Dat, stelt de tekst, verhindert inhoudelijke discussie en sluit mensen buiten die dagelijks met gevolgen van AZC‑plaatsing te maken hebben.
De auteur betoogt dat het debat in Den Haag symptomatisch is voor de landelijke discussie over immigratie: gevestigde partijen, overheid en een deel van de media zouden een pro‑immigratiekader promoten, terwijl tegenstanders worden gediskwalificeerd. De centrale kritiek is democratisch van aard: volksvertegenwoordigers zouden geen stellige uitspraken moeten doen zonder verifieerbare feiten, zeker niet wanneer openbare statistieken beschikbaar zijn maar volgens de schrijver genegeerd worden.