Keuze voor Bosker leidt tot onbegrip, KNSB legt uit: 'Grotere kans op medaille'
In dit artikel:
De KNSB heeft Marcel Bosker aangewezen voor de ploegenachtervolging op de Olympische Spelen in Milaan, terwijl Tim Prins — die op het Olympisch kwalificatietoernooi (OKT) als derde op de 1.500 meter een hogere notering had in de veelbesproken olympische matrix — buiten de selectie valt. Technisch directeur Remy de Wit legde donderdagmiddag in Thialf uit dat de bond de keuze baseert op kansen: volgens internationale data van anderhalf jaar heeft de ploegachtervolging een grotere kans op een medaille dan de individuele derde plek op de 1.500 meter.
Die aanpak stuit op kritiek. Analyticus en oud-schaatser Erben Wennemars noemt het onacceptabel om uitsluitend op modellen te sturen en vindt dat de prestaties tijdens het OKT wel degelijk laten zien dat de podiumkandidaten individueel meedoen om medailles. De discussie over het belang en de invulling van de ploegenachtervolging in Nederland is daarmee opnieuw opgelaaid.
De geselecteerde ploeg voor Milaan bestaat uit Bosker, de 21-jarige verrassing Stijn van de Bunt (die zich op het OKT meldde) en Chris Huizinga; het trio heeft nog nooit als team samengereden, waardoor er snel intensieve training en afstemming noodzakelijk is. Bondscoach Rintje Ritsma en de KNSB zeggen verbeteringen te zien in Boskers inzet als derde man in de trein, hoewel Ritsma vorig seizoen nog kritiek had op zijn bochtenwerk.
De Wit omschreef de beslissing als pijnlijk en moeilijk; hij belde Prins persoonlijk, die emotioneel reageerde. Prins publiceerde later op sociale media zijn teleurstelling: na het missen van de 1.000 meter op 0,005 seconde is dit een nieuwe klap voor zijn Olympische ambities, die daarmee ten minste tot de volgende Spelen worden uitgesteld. Bosker erkent het dubbelgevoel — blij met de selectie, maar meeleven met Prins wiens droom nu uiteenvalt.