Kerken tegen radicaal-rechts: heilloos en polariserend
In dit artikel:
De ingezonden brieven beslaan uiteenlopende maatschappelijke kwesties en komen van lezers uit Tiel, Hoorn, Harderwijk, Drachten, Zaltbommel en Nijkerk.
Hans Klein Wolterink reageert scherp op kerklijke uitspraken dat radicaal-rechts het christendom bedreigt. Hij ziet daarin een verpolitiseerd geloof en verwijst naar Harry Kuiterts waarschuwing dat politiek niet alles mag bepalen; hij vreest dat kerken daarmee polariserende keuzes maken die juist schade toebrengen aan het geloof.
Joki Harms waardeert de centrale vraag van het Trouw-festival (13 juni) — wanneer heb je voor het laatst moed getoond — en reflecteert op het verschil tussen ‘moed’ en het kleinere, meer bereikbare ‘durf’. Een krantadvertentie op haar keukentafel helpt haar aanhoudend bij dat persoonlijke onderzoek.
Erik IJtsma is kritisch over de nieuwe master ‘Klassiekers’ in Leiden die in september begint en waar een semester rond de €10.000 kost. Hij suggereert sarcastisch dat men voor dat geld beter zelf oude werken kan kopen of elders prioriteiten kan leggen, waarmee hij prijsstelling en toegankelijkheid van hoger onderwijs aan de orde stelt.
Zwanet Faber doet een concrete beleidsvoorstel voor biologische producten: maak niet-biologische boodschappen iets duurder (bijvoorbeeld 1%) en gebruik die middelen om biologische producten fors goedkoper te maken, zonder boeren te benadelen — een marktinterventie als niveau-instrument.
Vlasta de Groot-Piskora reageert op cijfers over een bijna 50% toename van vrouwen onder de veertig in de WIA (2025). Zij wijst op systeemfouten en benadrukt hoe kostbaar en ontmoedigend het huidige stelsel voor werkgevers is (loondoorbetaling, transitievergoeding, lange premiedifferentiatie), met perverse effecten op werkgelegenheid.
Truus Jonker-Willems klaagt over natuurverwoesting door militaire oefeningen: een grote brand in Het Harde vernietigde natuur en doodde dieren tijdens het broedseizoen. Zij noemt vele soortgelijke incidenten en hekelt het beleid dat wel in defensie investeert maar niet in klimaat- en natuurpreventie, met het beeld van een capabele krijgsmacht in een verkoold land.