Kerkelijke eenheid begint bij gezamenlijk schuld belijden

maandag, 11 mei 2026 (15:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Een vrouw en moeder in de kerk schrijft over het dringende verlangen naar eenheid temidden van eeuwenlange kerkelijke verdeeldheid. Ze benadrukt dat vrouwen ook een plaats hebben in het dienstbaar zijn binnen de gemeente: zij ondersteunen, waarschuwen en mogen boodschappen doorgeven, en hun gevoelsmatige inslag kan evenzeer door God gebruikt worden.

Centraal staat de vraag wat de Koning van de kerk — Christus — van de verdeeldheid vindt en hoe herstel mogelijk is. Menselijke wijsheid en eindeloze discussies alleen genezen niet; voorbeelden uit de Bijbel (zoals Job en Salomo) laten zien dat verstandelijke oplossingen tekortschieten. Werkelijke heling begint met verootmoediging: gezamenlijk schuldbesef, beleden zonden en de nederige vraag wat God van ons wil.

De schrijfster noemt de coronaperiode als recente illustratie van zwakte en versnippering in de kerk: in plaats van gezamenlijke bezinning en gebedsinitiatieven kozen velen voor behoud van de eigen parochie, wat zij ziet als gemiste kans en geestelijke waarschuwing. Structuren en overeenkomsten alleen brengen geen herstel; verzoening begint bij bekering en gebed.

Toch geeft zij hoop: ook als kerkelijke instituties falen, blijft Christus het hoofd van de kerk en houdt Hij Zijn werk vast. God kan juist in onze gebrokenheid Zijn schoonheid laten zien en op Zijn tijd en wijze herstel brengen, vaak anders dan wij verwachten.

Als praktische oproep vraagt ze vooral vrouwen om te bidden — om wijsheid, afhankelijkheid en eensgezindheid voor leiders en gemeenten — en om dankbaarheid te bewaren voor predikanten en het Evangelie. Ze verwijst naar Psalm 85 als inspiratie en spoort aan vast te houden aan Gods belofte dat Hij Zijn kerk zal leiden en bewaren.