Kerk in Amsterdam biedt in winterkou slaapplek aan dakloze mannen: „Sommigen bleven zondag tijdens de dienst"
In dit artikel:
In de Kruiskerk in Amsterdam‑Noord zet de interculturele gemeente Hoop voor Noord haar zaalkapel in als noodslaapplek tijdens koude winternachten: zo’n 25 veldbedden vullen de ruimte, soms tot maximaal 33 mannen. Overdag worden de bedden weer opgeruimd zodat de kerk op zondag dienst kan houden; de gemeente bouwt de zaal telkens binnen een halfuur om en houdt twee identieke diensten (10.00 en 12.00 uur).
De nachtopvang vond voor de tweede keer kort na elkaar plaats. Begin januari vroeg het Leger des Heils tijdens de week van bidden en vasten van voorganger en buurtpastor Theodoor Meedendorp of de kerk kon bijspringen wanneer de gevoelstemperatuur ’s nachts onder nul zou dalen. De opvang gebeurt in het kader van de Amsterdamse winterkouderegeling: als het extreem koud is, stemmen hulporganisaties extra slaapplekken af. Het Leger des Heils werkt daarbij samen met HVO‑Querido en de Regenboog Groep; het Rode Kruis leverde de veldbedden.
De mannen die in de kerk slapen zijn onder meer arbeidsmigranten en ‘derdelanders’. Sommigen worden door straatwerkers naar de Kruiskerk gebracht, anderen door het Leger des Heils verwezen. In de kerk ondersteunen welzijnswerkers van het Leger des Heils het team van vrijwilligers van Hoop voor Noord. Gemeenteleden verzorgen koffie en iets lekkers, een warm ontbijt (bijvoorbeeld pannenkoeken of poffertjes) en twee vrijwilligers maken tijd voor een praatje of een spelletje. Het warme avondeten wordt door het Leger des Heils geleverd; op sommige dagen mogen gasten gebruikmaken van douches in een naburige school.
Een 28‑jarige Nigeriaanse man die eerder in Oekraïne medische studies volgde en daar na het uitbreken van de oorlog naartoe vluchtte, is een van de bewoners die aangeeft blij te zijn met de plek en de gastvrijheid. Volgens Meedendorp verwijst het Leger des Heils vooral de meer zelfredzame daklozen door naar de kerk; mensen met ernstige verslavingsproblemen of psychiatrische klachten worden zoveel mogelijk elders opgevangen. Behalve een klein opstootje verliep de opvang tot dusver rustig.
De kerkgemeente ervaart de combinatie van hulpverlening en eredienst als passend bij haar profiel: men ziet de bezoekers niet primair als daklozen, maar als mensen met een eigen verhaal. De tijdelijke nachtopvang illustreert hoe geloofsgemeenschappen, hulporganisaties en de gemeente samenwerken om tijdens strenge koude nachten kwetsbare groepen onderdak en basiszorg te bieden, zonder dat de reguliere kerkdiensten daar structureel onder lijden.