Keren bedrijven Nederland massaal de rug toe? Dat blijkt reuze mee te vallen

woensdag, 7 januari 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Demissionair minister Vincent Karremans en topadviseur Peter Wennink waarschuwen dat bedrijven Nederland massaal zouden verlaten. Een onderzoek van Follow the Money en navraag bij betrokkenen toont echter dat daarvoor geen bewijs bestaat: van de circa 31.500 multinationals in Nederland hebben slechts 19 het afgelopen jaar publiekelijk aangekondigd te vertrekken, en in slechts zeven gevallen gaat het om een vrijwel volledige uittocht van Nederlandse activiteiten. Veel vermeende vertrekredenen blijken complexer dan louter ongunstig overheidsbeleid.

Karremans zei recent in interviews dat het verplaatsen van bedrijven tegenwoordig makkelijker is en dat zo’n trend belastinginkomsten en daarmee financiering van publieke taken onder druk kan zetten. Ook Wennink signaleert dossiers van bedrijven die door regelgeving zouden vertrekken. Maar concrete voorbeelden laten een genuanceerder beeld zien. Veel gevallen betreffen buitenlandse concerns met één Nederlandse fabriek (zoals Indorama en Tronox), die vooral kampen met hoge energieprijzen en zware concurrentie van goedkope Chinese import — problemen die niet specifiek Nederlands zijn maar Europa-breed.

Het vaak aangehaalde voorbeeld Aegon illustreert de complexiteit: het verzekeringsconcern verplaatst zijn hoofdkantoor naar de Verenigde Staten vooral om dichter bij een markt te zitten waar het al het grootste deel van zijn omzet haalt, niet vanwege een slechter vestigingsklimaat in Nederland. De herlocatie is bovendien kostbaar en tijdrovend; Aegon boekte al honderden miljoenen euro’s en berekent dat het proces ruim drie jaar duurt.

Niet alle aangekondigde verplaatsingen werden uitgevoerd. Techbedrijf Bird, dat vorig jaar dreigde Nederland te verlaten, handhaafde uiteindelijk een substantieel deel van het personeel hier: oprichter Robert Vis zegt dat “er wel een soort stop op Nederland” zit, maar dat het bedrijf niet volledig is vertrokken. Picnic, dat eveneens genoemd werd, kreeg kort na de commotie dispensatie van de supermarkt-cao en topman Michiel Muller stelt expliciet dat er geen vertrek is.

Tegelijkertijd sluiten enkele grote ondernemingen fabrieken in Nederland, zoals Accell en AkzoNobel, maar beide bedrijven benadrukken dat dergelijke beslissingen samenhangen met centralisatie van productie en dat ze tegelijkertijd blijven investeren in Nederlandse hoofdkantoren of R&D-centra. Zulke investeringen wijzen erop dat Nederland nog steeds aantrekkelijk is voor hoogwaardige activiteiten.

Economisch experts waarschuwen voor het gevaar van elkaar “problemen aanpraten”: structurele knelpunten bestaan — denk aan gebrek aan durfkapitaal, netcongestie en hoge energieprijzen — en die verdienen beleidsaandacht. Maar hoogleraar Arnoud Boot stelt dat er geen bewijs is voor een algemene leegloop en dat Nederland veel voordelen heeft als vestigingsland; voorspelbaarheid en het oplossen van concrete knelpunten zijn cruciaal om dat zo te houden. Daarbij laten cijfers van het CBS zien dat het aantal bedrijven met minstens 500 werknemers sinds 2020 juist groeit.

Conclusie: de retoriek over een massale exodus van bedrijven overstijgt de feiten. En wanneer bedrijven vertrekken, spelen vaak marktkrachten, strategische keuzes of wereldwijde concurrentie een grotere rol dan één-op-één oorzaken in het Nederlandse overheidsbeleid. Dat neemt niet weg dat gerichte oplossingen voor bekend knelpunten nodig zijn om start-ups en industrie beter te ondersteunen.