Kennis als basis voor nieuw politiek tijdperk

dinsdag, 20 januari 2026 (15:23) - Joop

In dit artikel:

Tijdens het opruimen van een schoolkunstlokaal ontdekt de auteur het memoiresboek van Karel Appel en wordt teruggevoerd naar een documentaire uit zijn jeugd waarin Appel met grote gebaren verf op doeken smeet. Die ervaring van rauwe materie, kleur en daadkracht gebruikt hij als metafoor voor de hedendaagse politiek: ook daar ziet hij vaak veel show — grote woorden en theatrale verwijten — maar te weinig inhoud en voorbeeldgedrag.

De kernkritiek is dat veel ministers en partijleiders benoemd worden zonder passende vakkennis; ambitie, welsprekendheid en mediageniekheid lijken zwaarder te wegen dan deskundigheid. Dat leidt volgens de schrijver tot onzekerheid en verwarring bij het publiek en belemmert het vermogen van bestuurders om een stabiele, voorspelbare samenleving op te bouwen. Hij pleit voor een eenvoudiger gedachte: laat mensen doen waar ze goed in zijn — een bakker bij het brood, een leraar bij de klas — en zet experts op sleutelposten.

Als positieve uitzondering noemt hij Robbert Dijkgraaf in kabinet Rutte IV, wiens wetenschappelijke achtergrond volgens hem aansloot bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Ook verwijst hij naar een recent Volkskrant-idee waarin hoogleraren als fictieve ministers worden voorgesteld om het beleid te versterken — voorbeelden daarbij zijn voorstellen voor meer burgerbetrokkenheid en voor terughoudender bouwbeleid door klimaatverandering.

Concluderend pleit de auteur voor kabinetten die, los van politieke kleur, kiezen voor echte inhoudelijke expertise. Dat zou volgens hem verwarring wegnemen, vertrouwen herstellen en een steviger basis voor de toekomst leggen.