Kees Huizinga is boer in Oekraïne. 'In Nederland brandt het lampje van de koelkast altijd'
In dit artikel:
Kees Huizinga, een Nederlandse boer die in Kischenzi in Centraal-Oekraïne woont, is na drie weken bij zijn vrouw en twee dochters in Emmen weer terug op zijn bedrijf. Vier jaar oorlog heeft zijn dagelijks leven ingrijpend veranderd: elektriciteit is onbetrouwbaar — meestal korte periodes stroom afgewisseld met langere onderbrekingen — waardoor werkzaamheden en koken met elektrische apparaten strikt moeten worden gepland. Gas is op veel plekken nog beschikbaar, maar in steden als Kyiv kan uitval van stadsverwarming de kou door muren laten trekken; op het platteland zijn houtkachels veelvoorkomend en bieden die wat soelaas.
Huizinga zegt dat de inval van Rusland in 2022 hem aanvankelijk in shock bracht en dat hij zich steeds meer realiseert dat het conflict lang kan voortduren — hij wijst er ook op dat de spanningen teruggaan tot 2014 toen Rusland de Krim annexeerde. Europa vindt hij te naïef: volgens hem stopt president Poetin niet bij de Donbas en zal hij blijven uitbreiden als dat ongestraft blijft. Daarom is het volgens Huizinga cruciaal dat Oekraïne de Donbas niet opgeeft; daar zou de sterkste verdedigingslinie liggen.
Hij schildert het Russische offensief als meedogenloos met enorme verliezen; de door hem genoemde aantallen (tienduizenden Russische doden in recente maanden en lokaal verhoudingen tot 25 Russische slachtoffers per omgekomen Oekraïner) presenteert hij als zijn waarneming van de slachtpartijen aan het front. Zijn eigen landbouwbedrijf draait nog door, maar wordt geraakt door stijgende kosten: diesel is ongeveer twee keer zo duur geworden, en generatoren draaien veelvuldig om de gaten in de elektriciteitsvoorziening te overbruggen.
Huizinga benadrukt dat Europeanen zich moeilijk kunnen voorstellen hoe veerkrachtig Oekraïners zich staande houden onder die omstandigheden. Een alledaags voorbeeld: het is daar nooit zeker of het lampje in de koelkast het doet — een klein symbool van het verschil tussen leven in oorlog en het comfortabele leven dat in West-Europa normaal wordt gevonden.