Karin Amatmoekrim: 'Ik denk dat wij mensen - en vooral schrijvers - onze eigen invloed zwaar overschatten'
In dit artikel:
Karin Amatmoekrim (interview gepubliceerd op 20 april 2026) praat over haar nieuwste boek Grenzend aan liefde en over haar schrijverschap, met een scherpe blik op de Nederlandse samenleving en een opvallend optimistische grondhouding. Het boek onderzoekt hoe mensen tegenover elkaar komen te staan, waarom vijandbeelden ontstaan en hoe je daartegen kunt optrekken met discussie en begrip in plaats van polarisatie. Amatmoekrim presenteert Nederland als een spiegel: ze wil wijzen op hardnekkige tegenstellingen, maar tegelijk oproepen tot toenadering.
Ze vertelt dat ze zich tijdens het schrijven hecht voelt aan haar werk, maar dat die band vervaagt zodra een boek gedrukt is; dan is het aan de lezer om er een relatie mee aan te gaan. Het persoonlijkste project voor haar was Tenzij de vader, een intiem boek over haar vader waar het schrijfproces veel van haar vroeg. Ze noemt ook een eerdere publicatie over Anton de Kom (De man van veel) waar kritiek op kwam: ze betreurt een begeleidende zin waarin ze de indruk wekte het ‘ware’ verhaal van De Kom te presenteren, terwijl het om een gefictionaliseerde benadering ging.
Amatmoekrim omschrijft zichzelf als optimist — soms zwaarmoedig, maar toch hoopvol — en zegt expliciet: “Het kost mij heel weinig moeite om hoop te behouden.” Die hoop voedt haar aanpak in Grenzend aan liefde: ze verplaatst zich herhaaldelijk in de denkwijze van mensen die ‘de Ander’ demoniseren om te proberen te begrijpen waarom zij zulke standpunten innemen. Dat is bewust: ze gebruikt haar debattraining om argumenten te formuleren die die denkpatronen onderuit kunnen halen en zodoende niet de kampen verder te verharden maar ruimte voor gesprek te scheppen. Ze benadrukt dat we in een sámenleving leven en mensen niet per definitie tot vijand moeten verklaren vanwege andere ideeën.
Persoonlijke en literaire voorkeuren en anekdotes kleuren het interview verder. Haar meest bewonderde werk van een ander is Gabriel García Márquez’ Liefde in tijden van cholera; ze zou zelf liever nu leven als schrijver (om de historisch beperkte kansen voor een gekleurde vrouw te vermijden); haar partner fungeert als persoonlijke spiegel omdat hij haar teksten kritisch leest en uit een andere maatschappelijke hoek komt. Ze raadt jongere lezers kleine klassiekers als Meneer Ibrahim en de bloemen van de koran aan vanwege de toegankelijkheid en thematische rijkdom.
Op vragen over de toekomst van de literatuur noemt ze Mohamed Mbougar Sarrs De diepst verborgen herinnering van de mens als een werk dat mogelijk over een eeuw nog gelezen wordt vanwege de manier waarop het migratieverhalen verbindt met Europese contexten. Haar favoriete dichter is Menno Wigman; James Joyce’ Ulysses geeft ze toe nog niet gelezen te hebben; Michel Houellebecq noemt ze overschat vanwege stijl en themakeuze. Buiten de literatuur kan ze goed Surinaams koken en grapt dat ze eventueel een warung zou openen. Tot slot: voor een denkbeeldig diner zou ze Professor Pnin van Nabokov uitnodigen en qua voorkeuren kiest ze onder meer Virginia Woolf boven Jane Austen en Proust boven Joyce.
Kort samengevat: Amatmoekrim gebruikt Grenzend aan liefde om kritisch maar constructief naar de samenleving te kijken — met empathie als instrument tegen polarisatie en een diepgeworteld geloof in het behoud van hoop.