Kantoor premier Starmer vond screening aan Epstein gelinkte Mandelson onnodig
In dit artikel:
Het kabinet van premier Keir Starmer ligt onder vuur nadat duidelijk werd dat topambtenaren hebben aangedrongen op de benoeming van Peter Mandelson als ambassadeur in de Verenigde Staten, ondanks zorgen over zijn veiligheidsscreening en eerdere connecties met Jeffrey Epstein. Dat bleek uit het getuigenis van oud-ministerieel ambtenaar Olly Robbins tegenover een parlementaire commissie. Robbins zei dat het kabinet (Cabinet Office) van mening was dat een formele screening niet nodig was en daardoor druk uitoefende op andere ministeries — in januari 2025 ontstond hierover een conflict met het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat wel een screening eiste.
The Guardian bracht vorige week naar buiten dat veiligheidsonderzoekers aanvankelijk negatief hadden geadviseerd over Mandelsons machtiging; twee dagen later werd dat besluit teruggedraaid en volgde de benoeming alsnog. De oppositie beschuldigt Starmer ervan het parlement te hebben misleid door te suggereren dat Mandelson pas na een positieve screening was goedgekeurd. Starmer zegt pas laat op de hoogte te zijn gebracht en wijt falende communicatie aan ambtenaren van Buitenlandse Zaken. Robbins bevestigt dat de premier niet geïnformeerd was — iets dat volgens hem niet past bij de gebruikelijke vertrouwelijkheid van screenings — en werd kort daarna ontslagen.
De zaak roept vragen op over de rol van hogere ambtenaren, de betrouwbaarheid van de veiligheidsprocedures en de transparantie rondom gevoelige benoemingen, en zet Starmers positie politiek zwaar onder druk.