Kanaal Gent-Terneuzen nog nooit zo zout, haven en bedrijven investeren om schade te voorkomen
In dit artikel:
De fusiehaven North Sea Port (Gent, Vlissingen, Terneuzen) en bedrijven langs het kanaal Gent-Terneuzen moeten extra investeren omdat het zoutgehalte in het kanaal dit jaar ongekend hoog is. Sinds 2017 hebben opeenvolgende droge jaren het aanvoer van zoet water beperkt; in 2025 verergerde de situatie door een uitzonderlijk droge zomer, herfst en winter én de ingebruikname van veel grotere zeesluizen, waardoor bij het schutten grote hoeveelheden zeewater binnenstromen. De Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) volgt de waterstanden en zoutmetingen en constateert dat 2025 atypisch is, mede door inwerkings- en kalibratieperikelen rond de nieuwe sluizen en een verplaatst meetpunt.
Ongeveer 25 bedrijven gebruiken kanaalwater voor processen zoals koeling; grote afnemers zijn onder meer Cargill Gent, Engie, Algist Bruggeman, ArcelorMittal en Molymet. Hogere zoutconcentraties versnellen corrosie en slijtage van leidingen, koeltorens, kades en damwanden, waardoor onderhoudsfrequentie en inspecties — waaronder duikcontroles — toenemen en extra waterbehandeling nodig kan zijn. Bedrijven breiden daarom stapsgewijs zuiveringscapaciteit uit en voeren gerichte corrosiemetingen uit, maar dat brengt extra kosten met zich mee.
Ook kleinere waterlopen die op het kanaal uitkomen, zoals Moervaart en Zuidlede, verzilten bij langdurige droogte, met directe gevolgen voor landbouwirrigatie (in sommige regio’s werden oppompverboden ingesteld) en aantasting van rivierdieren. Er is geen eenvoudige oplossing: maatregelen die worden overwogen omvatten het beter op peil houden van waterstanden, slimmer sluisbeheer (meer schepen tegelijk laten passeren of sluizen tijdelijk sluiten) en het vergroten van rivierdebieten. De VNSC publiceert binnenkort een rapport met effecten, afwegingen en vervolgstappen waarin zowel ecologische belangen als het economische belang van het kanaal en de scheepvaart worden meegewogen.