Kan Iran tol vragen voor olietankers in de Straat van Hormuz? Drie vragen
In dit artikel:
Iran eist mogelijk tol voor passage door de Straat van Hormuz, maar de juridische en praktische status is onduidelijk. Veel landen baseren zich op het VN-zeerechtverdrag (UNCLOS) dat vrije doorgang door internationale wateren garandeert; Iran en de VS hebben dat verdrag formeel niet ondertekend, maar hielden zich er decennialang wel grotendeels aan. Sinds het aangekondigde staakt‑het‑vuren en de daaropvolgende Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran is het scheepvaartverkeer in de Hormuz sterk teruggelopen. Amerikaanse en buitenlandse media melden dat er recent slechts enkele schepen per dag passeerden (gisteren volgens de New York Times vijf, in de dagen daarvoor gemiddeld negen), tegenover ongeveer 135 per dag vóór de aanvallen.
Een belangrijke reden voor de terughoudendheid is onduidelijkheid over sanctieregeling: rederijen die betalen voor “veiligheid” riskeren mogelijke schending van Amerikaanse en andere sancties. De Financial Times schrijft dat Iran kort na het staakt‑het‑vuren alweer de doorvaart van olietankers belemmerde, deels als reactie op aanvallen op door Iran gesteunde groeperingen in Libanon. Data tonen ook dat sommige schepen – onder meer uit India – al betalingen aan Iran hebben gedaan.
Iran ziet de controle over de Straat van Hormuz als drukmiddel: vóór de recente incidenten ging ruwweg een vijfde van ’s werelds olie- en LNG-export via die doorgang. Minder doorvoer duwt olie- en brandstofprijzen omhoog. Volgens de FT wil Iran ongeveer 1 dollar per vat vragen; dat komt op enkele miljoenen dollars per olietanker en zou gedeeld worden met buurland Oman. De Amerikaanse president Trump heeft eveneens gesuggereerd tol te heffen voor passerende schepen, terwijl Washington eerder het Iran-beleid als illegaal bestempelde.
Iran wil betalingen liefst in cryptovaluta ontvangen omdat crypto’s moeilijker door andere staten te bevriezen zijn en landen met sancties (zoals Iran, Rusland, Noord‑Korea) zo buiten traditionele bancaire systemen om kunnen betalen. Maritiemrechtelijk vreest men dat succes van zo’n maatregel een precedent schept: andere strategische zeestraten (Malakka, Gibraltar, Bab el Mandeb) zouden dan ook gebruikt kunnen worden om tol te heffen, waarschuwt maritiemrechtspecialist Jason Chuah. De situatie blijft daardoor zowel juridisch als geopolitiek gespannen.