Kan een schadevergoeding in een rechtszaak het psychische leed van slachtoffers verzachten?
In dit artikel:
De Brugse correctionele rechtbank heeft deze week een 45‑jarige vrouw schuldig bevonden aan onmenselijke behandeling van haar twee stiefzonen. De rechtbank legde haar geen vrijheidsstraf op, maar beval wel een schadevergoeding: in totaal 30.000 euro voor de jongens (15.000 euro per kind) en 5.000 euro aan elke ouder. De uitspraak leidde tot vragen over hoe zulke bedragen worden vastgesteld en of geld het leed kan compenseren.
In België dienen rechters en gerechtsdiensten vaak de zogenaamde Indicatieve Tabel als leidraad voor immateriële schade—een door magistraten samengestelde lijst met richtbedragen voor moeilijk in geld uit te drukken schade, zoals psychisch leed. De tabel wordt regelmatig aangepast (inflatie, jurisprudentie) en is niet bindend, maar wordt in de praktijk veel gevolgd. Concrete kosten (medische facturen, inkomensverlies) moeten aantoonbaar worden onderbouwd.
Slachtoffers en nabestaanden ervaren schadeloosstelling doorgaans ambivalent. Annemie Hemelaers, die 25 jaar geleden haar dochter verloor bij een verkeersongeval, zegt: "Wij hebben ons kind verloren. Hoe kun je daar geld op plakken? Dat is niet te meten." Ze weigerde de vergoeding aanvankelijk; later werd het bedrag op advies van haar advocaat gereserveerd voor kleinkinderen. Dergelijke verhalen illustreren dat financiële compensatie het emotionele verlies vaak niet raakt.
Onderzoeker Chris Reinders Folmer (Universiteit van Amsterdam), gespecialiseerd in schadevergoeding en herstelrecht, benadrukt dat "voor veel slachtoffers is geld niet de enige behoefte." Slachtoffers verlangen vaak erkenning, antwoorden en maatregelen om herhaling te voorkomen—dingen die het klassieke straf- en civiele systeem maar beperkt kan bieden. Een geldbedrag kan symbolische waarde hebben als erkenning van onrecht, maar zonder verontschuldigingen of uitleg kan het kil overkomen. Als slachtoffers het gevorderde bedrag niet volledig krijgen of als procedures jaren duren, ontstaat extra frustratie en secundaire victimisatie.
De praktijk laat zien dat veel zaken worden geregeld via schikkingen, waardoor er vaak geen volledige uitleg of publieke erkenning komt. Reinders Folmer wijst op herstelgerichte alternatieven zoals bemiddeling en dialoogtrajecten, die voor sommige slachtoffers meer heling kunnen bieden dan een louter financiële regeling—al is dat niet in alle dossiers toepasbaar.
Kortom: schadevergoedingen spelen een rol als juridische en symbolische vorm van erkenning, maar kunnen nauwelijks het diepe emotionele leed herstellen. Langdurige procedures, de soms lage perceptie van toegekende bedragen en het ontbreken van echte verontschuldiging maken dat herstelgerichte praktijken steeds meer aandacht krijgen.