Kan de overheid de gevolgen van de energiecrisis wel met haar compensatie-impuls te lijf?
In dit artikel:
Nederland reageert op geopolitieke schokken met wat het best kan: geld toeschuiven. Maar nu een conflict rond de Straat van Hormuz de toevoer van olie, vloeibaar gas, kunstmestgrondstoffen en zelfs helium bedreigt, rijst de vraag of financiële reparaties volstaan voor wat mogelijk een langdurige periode van verstoringen wordt. Minister van Financiën Eelco Heinen signaleert dat Haagse ministeries zich voorbereiden op ingrijpende economische druk; ook in Italië waarschuwt minister van Defensie Guido Crosetto dat verstoringen van brandstofleveranties het dagelijks leven kunnen ontwrichten.
De aanvalscampagnes van de VS en Israël op Iran hebben al geleid tot een schok in de wereldhandel: veel essentiële grondstoffen passeren de Straat van Hormuz. Het IMF verwacht hogere prijzen en lagere groei, analisten spreken van scenario’s variërend van ernstig tot catastrofaal — van stilgevallen luchtverkeer tot lagere voedselopbrengsten en onrust in rijke landen. De huidige kwetsbaarheid is deels een erfenis van eerdere crises: de nasleep van covid en de energiecrisis na de inval in Oekraïne hebben het buffervat van veel economieën al sterk verminderd. Volgens ING-hoofdeconoom Marieke Blom zijn geopolitieke spanningen inmiddels een van de grootste remmen op Europese groei; een beperkte terugval kan al snel in recessie overgaan.
In Den Haag staat daarom vooral discussie over compensatie centraal. Direct nadat brandstofprijzen stegen, riepen partijen als JA21, BBB en anderen om lagere heffingen; D66 en delen van de progressieve oppositie pleitten voor noodfondsen voor huishoudens die hun energierekening niet kunnen betalen. Jesse Klaver en andere linkse partijen wilden dat zulke steun ook middeninkomens zou bereiken en dat de staat een maximumprijs op benzine zou voorbereiden. Rechts prefereert belastingverlagingen om automobilisten direct te bevoordelen; links wil dat bedrijven en olieconcerns delen in het verlies. Heinen hield zich voorlopig koeler en waarschuwde voor te simplistische beschuldigingen aan het adres van ondernemers of de staat.
Die reflex tot betalen is diep ingeworteld in de Nederlandse politiek — voorbeelden genoeg. De Groningse aardbevingsschade en de verzakkingen in Zuid-Limburg toonden hoe snel compensatiepolitiek verankert raakt; het heeft geleid tot nieuwe verwachtingen en een keten van aanspraken. Onderzoek laat bovendien zien dat kringetjes rond schadeafhandeling zelf een verdienmodel kunnen worden (bedrijven die schade taxeren wonnen fors). Op Europees en nationaal niveau is de reflex zichtbaar sinds de bankreddingen van 2008 en de massale steun tijdens de coronapandemie: overheden traden op als ultieme verzekeraar om acute ineenstorting te voorkomen. Bij de energiecrisis volgden prijsplafonds en vergoedingen, en tijdelijk ingekorte accijnzen; soms werden bedrijven zelfs gecompenseerd voor gemiste inkomsten.
Maar dat model heeft nadelen. Economen en beleidsmakers waarschuwen voor moral hazard: structurele zekerheid dat de staat bijspringt kan risicogedrag in de hand werken en lobby-gedreven beleid versterken. Pieter Hasekamp (CPB) merkte al op dat ad-hoc geld uitdelen de prikkel creëert om relaties met de overheid te verzilveren. Praktisch gezien leidt het ook tot uitstel van noodzakelijke investeringen: Nederland bleef grotendeels vasthouden aan gasinkoop op spotprijzen in plaats van strategische voorraden op te bouwen, en de noordelijke gasvelden werden deels ontmanteld in het geloof dat verduurzaming het gat snel zou vullen. Nu blijken de voorraden op een historisch laag punt te staan, precies in aanloop naar mogelijk de grootste energiecrisis in decennia.
De huidige Haagse aanpak combineert daarom twee lijnen: op lange termijn extra miljarden voor de opwekking van niet-fossiele energie; op korte termijn financiële hulp om directe pijn te dempen. Concrete maatregelen zijn al in voorbereiding of uitvoering: onbelaste kilometervergoedingen worden vergoed zodat mensen kunnen blijven werken, het noodfonds voor hoge energierekeningen wordt mogelijk opengesteld voor middeninkomens, en de winst van energiebedrijven door hogere prijzen wordt in Nederland voorlopig niet extra belast. Internationale voorstellen — onder meer vanuit Spanje, Duitsland en Italië — voor EU-brede belastingen op zogenoemde oorlogswinsten vonden weinig weerklank in Den Haag.
De kernvraag blijft: is het toeschuiven van geld genoeg om een wereld in structureel hogere spanning op te vangen? De compensatiesamenleving biedt snelle verlichting en politieke zichtbaarheid, maar kan tegelijk tot onverantwoorde afhankelijkheid, lobby-ingrijpen en het uitstellen van structurele weerbaarheid leiden. Als strategische voorraden, energie-infrastructuur en fiscale prikkels niet worden aangepast, blijft Nederland kwetsbaar voor volgende schokken — en groeit de kans dat financiële hulpprogramma’s op termijn ontoereikend en kostbaar blijken.