Kan de Koning van het Noorden voor verandering zorgen? | column Niels Posthumus

zondag, 24 mei 2026 (09:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

In Manchester kreeg correspondent Niels Posthumus deze week het nieuws binnen dat burgemeester Andy Burnham gaat proberen een zetel in het Britse parlement te veroveren — een eerste stap richting het premierschap. De zetel is noodzakelijk omdat een nieuwe partijleider zonder algemene verkiezingen premier kan worden, maar daarvoor moet die persoon eerst in het Lagerhuis plaatsnemen. De aankondiging komt in een periode waarin Labour-leider en premier Keir Starmer steeds meer onder druk staat; Burnham, van dezelfde partij, wordt door velen als ideale opvolger gezien.

Posthumus, die Burnham in 2022 interviewde, schetst hem als klassiek links: voorstander van meer herverdeling, hogere lonen voor arbeiders en meer overheidsingrijpen, onder meer om de klimaattransitie te stimuleren. Dat staat in contrast met Starmer, die als pragmatisch en ideologisch afgeschermd wordt ervaren — vergelijkbaar met de Nederlandse ex-premier Wim Kok — en met een partijcultuur die sinds de jaren negentig streeft naar een volwassen, controverse-vrije houding. Volgens politicologe Stephen Coleman (Universiteit Leeds) heeft die voorzichtigheid Labour echter te veel naar het midden doen verschuiven; in plaats van volwassen oogt de partij soms slaperig en risicomijdend.

Burnhams aantrekkingskracht vloeit voor een groot deel voort uit zijn imago en afkomst. Als noordeling (geboren in Liverpool, burgemeester van Manchester) wordt hij gezien als iemand die dicht bij de ontevreden, economisch benadeelde regio’s staat — de delen van het land waar de frustratie over openbaar vervoer, zorg en onderwijs het grootst is. Zijn informelere voorkomen en directe benadering maken hem populair; opiniepeilers als YouGov noemen hem momenteel een van de geliefdste politici van het land. Voorstanders hopen dat hij eindelijk echt verandering kan brengen na decennia van bezuinigingen.

Tegelijk waarschuwt Coleman tegen te hoge verwachtingen: de institutionele en economische kaders waarbinnen een premier opereert, beperken de ruimte voor radicale hervormingen. Burnham heeft in Manchester wel successen geboekt als burgemeester, maar een premierschap kan hem net zo goed teleurstellen als elke andere politicus — wonderen bestaan niet. Mocht zijn ambitie primair door populariteit en ego gedreven zijn, dan zou hij volgens critici wellicht beter burgemeester blijven; media en collega’s geloven echter niet dat dat zijn enige drijfveer is.

Kortom: Burnham profileert zich als de linkse, noordelijke tegenpool van Starmer en biedt veel kiezers hoop op verandering, maar hij staat ook voor de uitdaging om realistische verwachtingen waar te maken binnen de beperkingen van het Britse politieke systeem.