Kan de Iraanse bevolking de macht overnemen? Verzet is versplinterd en verdeeld

donderdag, 5 maart 2026 (15:45) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Na de veronderstelde liquidatie van opperste leider ayatollah Khamenei riep president Trump Iraniërs op in opstand te komen en “na de bombardementen” de macht over te nemen. Dat scenario blijkt een grote gok: er is geen duidelijke opvolger of verenigde oppositie klaar om de staatsmacht over te nemen. Iran-kenners waarschuwen dat militaire aanslagen op zichzelf geen politiek alternatief scheppen; de bevolking is grotendeels ongewapend, verdeeld en staat tegenover een goed beveiligd staatsapparaat.

Hoewel Amerikaanse en Israëlische aanvallen het regime doelwit maken, lijkt het systeem zodanig ingericht dat het ook na het wegvallen van kopstukken kan blijven functioneren. Waar Iraniërs in het verleden herhaaldelijk met gevaar voor eigen leven protesteerden, zijn die massale demonstraties nu grotendeels uitgebleven: steden worden gebombardeerd, tienduizenden mensen zijn op de vlucht en veel burgers concentreren zich op overleven, aldus sociologe Ladan Rahbari.

Een georganiseerde, nationale oppositie ontbreekt. Kritische politici en activisten zijn jarenlang gevangengezet of geëmigreerd, hervormingspartijen werden gemarginaliseerd en interne wantrouwen tussen tegenstanders is groot. Er bestaat wel een actief maatschappelijk middenveld — mensenrechten- en vrouwenrechtenorganisaties blijven bestaan, ook achter tralies (zoals Nobelprijswinnares Narges Mohammedi) — maar die groeperingen missen doorgaans een leidende figuur die het hele verzet kan bundelen.

Een bekend gezicht in het buitenland is Reza Pahlavi, de zoon van de sjah, die vanuit de VS campagne voert en recent in westerse media veel aandacht kreeg. Zijn daadwerkelijke populariteit binnen Iran is onduidelijk en mogelijk overschat. Pahlavi draagt politieke bagage (gezag van zijn vader, Perzisch nationalisme, positieve houding ten opzichte van Israël) waardoor hij niet door iedereen wordt vertrouwd en hij heeft geen stabiele, verenigde coalitie weten te smeden.

Er zijn wel goed georganiseerde etnische en regionale oppositiegroepen (Azeri’s, Koerden, Baloetsji’s) en onvrede leeft sterk onder arbeiders, lagere middenklasse en studenten — groepen die eerder protesten aanvoerden — maar geen van hen heeft momenteel een leidende, nationale rol. Hervormingspolitici die ooit binnen het systeem werkten, worden door veel Iraniërs niet meer geloofd na teleurstellingen in het verleden. Zoals Rahbari opmerkt: op korte termijn is het onmogelijk het regime omver te werpen; alleen als hoge militairen overstappen en diverse Iraanse groepen zich weten te verenigen, bestaat er een kans.