Kan bijbouwen in verkavelingswijken de woningnood helpen oplossen? "Niet de bedoeling om woontorens te bouwen"
In dit artikel:
Vlaanderen moet tegen 2050 ongeveer 450.000 extra woningen bijbouwen. Vlaamse Bouwmeester Véronique Claessens stelt dat de ruimte om dat op traditionele wijze te doen bijna op is: er zou nog zo’n 8.200 hectare geschikte grond over zijn, onvoldoende voor die behoefte. Haar antwoord is niet meer nieuwe verkavelingen, maar verdichting van bestaande verkavelingswijken — de laagdichte buurten met losse huizen en tuintjes — zodat de schaarse ruimte beter benut wordt.
Claessens wijst op concrete densificatierichtingen: percelen samenvoegen om rijwoningen of kleine stapelingen te zetten (waarmee een kavel met 1–2 huizen snel kan groeien naar 7–8 woningen), kleinschalige zorgwoningen voor ouderen binnen de wijk en het kwalitatiever invullen van buurtgroen, bijvoorbeeld met een klein park. Expliciet afgewezen worden hoge woontorens in deze wijken; de voorkeur gaat uit naar zachte, kleinschalige ingrepen die de leefkwaliteit niet ondermijnen.
De praktijk is complex: eigendommen zijn veelal individueel in handen, veranderingen kunnen de waarde van huizen beïnvloeden en bewoners hebben privacy- en comfortverwachtingen. Daarom moeten lokale besturen en stedenbouwkundigen maatwerk leveren, in overleg met eigenaars en ontwikkelaars. Claessens verwijst naar ervaringen in Genk, waar masterplannen en participatie tot concrete ideeën leidden.
Daarnaast benoemt ze culturele en financiële knelpunten. Het Vlaamse woonideaal van een vrijstaand huis op eigen grond is diep verankerd sinds de naoorlogse subsidiestimulans. Betaalbaarheid speelt een rol: veel groepen kunnen een ruime villa op groot perceel niet meer dragen. Alternatieven zoals erfpacht (eigendom van het pand maar niet van de grond) kunnen woonkosten verlagen. Ook demografische trends — gemiddelde gezinsgrootte rond 2,1 en dalend — en renovatiekosten beïnvloeden de noden en mogelijks de gewenste woninggrootte.
Kort door de bocht pleit Claessens voor een geleidelijke, voorbeeldgestuurde transitie: geen radicale hoogbouw in verkavelingen, maar gerichte verdichting, behoud en verbetering van buurtgroen, en innovatieve eigendoms- en financieringsmodellen om tegen 2050 de woningopgave haalbaar en leefbaar te maken.