Kamermeerderheid lijkt overtuigd van inzet oorlogsschip Evertsen

dinsdag, 10 maart 2026 (22:02) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Een Kamermeerderheid lijkt het kabinet te steunen in het sturen van het fregat Zr. Ms. Evertsen naar de oostelijke Middellandse Zee om bondgenoten te beschermen. Dat werd duidelijk tijdens een technische briefing waarin ambtenaren van Buitenlandse Zaken en Defensie vragen van Kamerleden beantwoordden. De betrokken experts benadrukten dat de taakstelling defensief is en tijdelijk van aard, waardoor veel partijen hun bezwaren zagen verkleinen.

Het fregat voer oorspronkelijk mee met het Franse vliegdekschip Charles de Gaulle tijdens een oefening in de Oostzee; het kabinet besloot vorige week de schepen richting Middellandse Zee te laten varen. Beide vaartuigen liggen inmiddels bij Malta. De Nederlandse taken omvatten het beschermen van bondgenootschip(s) en het beveiligen van andere marineschepen in de regio, met name het Franse vliegdekschip. Operaties worden in praktijk geleid vanaf het Franse vlaggenschip, maar de Nederlandse militaire leiding behoudt de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid over inzet van het Nederlandse schip.

Kamerleden stelden kritische vragen over risico’s en reikwijdte: kan verdedigen bij gerichte aanvallen ontaarden in meedoen aan gevechten; is er voldoende medische zorg aan boord; en zullen de VS en Israël actuele inlichtingen delen met Nederland en Frankrijk? Sommige scenario’s, zoals een aanval op een Amerikaanse basis op Cyprus, zijn onduidelijk en deels militair geheim. Defensie en Buitenlandse Zaken verzekerden dat alles wat buiten de nu vastgestelde inzet valt opnieuw aan de Kamer zal worden voorgelegd.

Politieke reacties lopen uiteen: GroenLinks-PvdA en D66 benadrukten het defensieve en tijdsgebonden karakter; het CDA wees op de luchtverdedigende opbouw van het fregat. De SP blijft terughoudend en wil meer duidelijkheid over het risico om in bredere oorlogshandelingen verzeild te raken en roept op tot maatregelen tegen verdere escalatie.

De inzet is in eerste instantie beperkt tot enkele weken, tot begin april; bij verlenging is opnieuw goedkeuring van de Kamer nodig. Morgen volgt een plenair debat met de betrokken bewindspersonen om openstaande vragen te bespreken.