Kamerlid Marjolein Moorman (Pro): 'We zijn ons idee van wat een goed leven is kwijtgeraakt'
In dit artikel:
Marjolein Moorman, voormalig PvdA-wethouder van Amsterdam en sinds vijf maanden Tweede Kamerlid voor de gefuseerde fractie GroenLinks–PvdA (nu Progressief Nederland), waarschuwt dat Nederland steeds meer verandert in een ’stress‑samenleving’. Haar zorg werd recentlijk aangescherpt door berichten dat vooral vrouwen tussen dertig en veertig steeds vaker arbeidsongeschikt raken door overbelasting en uitputting. Waar het kabinet vooral reageert op de financiële consequenties — met plannen om arbeidsongeschiktheidsuitkeringen te versoberen — roept Moorman op tot een diepere analyse van de maatschappelijke oorzaken.
Moorman trad met ruim 150.000 voorkeursstemmen toe tot de Kamer en is benoemd tot vice‑fractievoorzitter naast partijleider Jesse Klaver. Ze houdt zich onder meer bezig met onderwijs en emancipatie, reist het land door om lokale afdelingen te spreken en zette op 1 mei in Rotterdam tijdens de Spiekmanlezing haar sociaaldemocratische prioriteiten uiteen. Haar centrale stelling: prestatiedruk, individualisering en marktwerking hebben het collectief afgebroken en leiden tot meer stress, onzekerheid en sociale fragmentatie.
Als voorbeelden noemt ze de vroege schoolselectie, de enorme vraag naar bijles, de toename van jeugdzorg en de opdeling van zorg in talloze commerciële aanbieders. Volgens Moorman zijn politieke keuzes van de afgelopen decennia — het afschuiven van verantwoordelijkheid naar het individu en het vertrouwen in marktmechanismen — cruciaal in het ontstaan van de huidige problemen. Dit patroon maakt mensen kwetsbaar en vergroot het gevoel dat succes een persoonlijke keuze is en falen eigen schuld; een klimaat dat volgens haar ook rechts‑populistische partijen in de kaart speelt doordat het tot ‘nulsomdenken’ en het aanwijzen van zondebokken leidt.
Haar oplossingsrichting is collectief: een sterkere verzorgingsstaat die basisvoorzieningen garandeert — denk aan gratis kinderopvang, een betrouwbaar minimumloon, betaalbare huren en zekerheid rond pensioen — levert volgens haar rust en voorkomt dat mensen permanent moeten ’rennen’. Ze pleit ervoor het publieke domein te herstellen zodat essentiële zorgen niet door de markt worden opgelost, maar door collectieve regelingen die mensen beschermen tegen tegenslag.
Politiek is Moorman pragmatisch: Progressief Nederland wil als verantwoordelijke oppositie soms kabinetsondersteuning geven als voorstellen verbeteren of waardevol zijn, en nam het initiatief voor onder meer een goedkoop trein‑Nederlandticket deze zomer. Tegelijk bekritiseert ze het huidige minderheidskabinet (onder premier Rob Jetten) als een slecht moment voor een experimentele bestuursvorm; het gebrek aan daadkracht schaadt volgens haar het vertrouwen van burgers in de politiek.
Ze reageert ook op de vaak gehoorde kritiek dat haar partij elitair is. Hoewel ze erkent dat hoger opgeleiden oververtegenwoordigd zijn, vindt ze empathie en solidariteit belangrijker dan opleiding: politici met academische achtergrond kunnen en moeten zich inzetten voor mensen zonder die diploma’s. Moorman ziet zichzelf niet als enige hoeder van het PvdA‑ gedachtegoed binnen de fusiepartij; ze benadrukt samenwerking met collega’s uit beide stromingen en benadrukt dat inhoud en resultaten de maatstaf moeten zijn.
Moorman wil niet somber klinken, maar juist hoopvol: veel van de huidige problemen zijn volgens haar omkeerbaar als politiek en samenleving weer kiezen voor collectieve oplossingen in plaats van individuele competitie. Haar missie is om stress en prestatiedruk structureel aan te pakken en zo ruimte te scheppen voor een samenleving waarin mensen kunnen leven, zorgen en zich ontwikkelen zonder voortdurende uitputting.