Kamerleden zijn ontstemd over 'toeslagenmemo'
In dit artikel:
Een intern memo van de Dienst Toeslagen (ministerie van Financiën) d.d. 18 september 2025 onthult dat ambtenaren een werkafspraak hadden om “eventueel aanwezige informatie/stukken” niet te verstrekken aan toeslagenouders die daarom vroegen. Dat staat haaks op de wettelijke plicht om onderliggende stukken bij besluiten te geven, vooral relevant voor dossiers waarin ouders het stempel ‘opzet/grove schuld’ kregen en als fraudeur werden bestempeld. Volgens nieuw vrijgekomen documenten weigerden medewerkers ouders uit te leggen waarom zij verdacht werden en overtraden daarmee bewust de wet.
Denk-Kamerlid Dogukan Ergin, woordvoerder van zijn partij over de hersteloperatie rond de kinderopvangtoeslagaffaire, zegt verrast te zijn dat het memo niet eerder met de Kamer is gedeeld: een week na de datum van het document sprak hij al met demissionair staatssecretaris Sandra Palmen, maar dit onderwerp kwam toen niet aan de orde. Ergin noemt het onaanvaardbaar dat de Dienst bestuurlijk aangeeft de wet niet na te leven en wil Palmen daarvoor ter verantwoording roepen. Hij benadrukt dat herstel niet alleen financiële compensatie betreft maar ook het terugwinnen van vertrouwen, waarvoor volledige openheid over beslissingen nodig is.
CDA-Kamerlid Inge van Dijk noemt het memo een instructie om geen openheid te geven en vindt dat het niet verstrekken van informatie het vertrouwen van gedupeerden schaadt. In het memo staat een voorstel om alleen aanhoudende ouders alsnog stukken te geven, wat volgens critici nog steeds neerkomt op het beperken van een wettelijke verstrekkingsplicht. Het ministerie stelt als uitgangspunt dat de Dienst altijd aan wettelijke verplichtingen wil voldoen, maar kon op verzoek geen schriftelijk bewijs leveren dat de werkwijze inmiddels is aangepast.
De onthulling versterkt vragen over transparantie en bestuurlijke verantwoordelijkheid in de lopende hersteloperatie rond de toeslagenaffaire, en zet de Kamer met name staatssecretaris Palmen onder druk om opheldering te geven over handelingen die mogelijk in strijd waren met de wet.