Kamer zet vraagtekens bij 'begrenzing van de personele bezetting' bij politie: 'Wie spreekt hier de waarheid?'
In dit artikel:
Demissionair minister Foort van Oosten (VVD) wil vanwege oplopende tekorten het personeelsbestand bij de politie begrenzen, maar een Kamermeerderheid weigert dat dit ten koste gaat van politie op straat. Maandag debatteert de Tweede Kamer over de politiebegroting, met centraal de financiële problemen: korpschef Janny Knol waarschuwde dat er volgend jaar een tekort van ongeveer 46 miljoen euro is en dat dit kan oplopen tot circa 850 miljoen in 2030 op een totaalbegroting van zo’n 8 miljard. Knol riep een volgend kabinet op de komende jaren minstens 350 miljoen extra vrij te maken.
Er liggen amendementen van Songül Mutluer (GL/PvdA) en Sarah Dobbe (SP) om het directe tekort van 46 miljoen weg te nemen, maar het is onzeker of die voorstellen een meerderheid krijgen. D66, VVD en CDA houden zich terug nu een coalitieakkoord nadert; binnen de VVD klinkt de bedenking dat het politiebudget sinds 2016 al sterk is gegroeid, wat ruimte voor bijsturing zou geven. Van Oosten stelt maatregelen voor als het niet invullen van vacatures, het afbouwen van tijdelijke contracten en het afremmen van personele groei, waarbij basisteams en opleidingen volgens hem buiten schot zouden blijven.
In de Kamer is er veel weerstand tegen het raken van ‘operationele slagkracht’. Parlementariërs noemen het een principiële grens dat bezuinigingen niet mogen leiden tot minder blauw op straat en twijfelen aan wie de werkelijkheid juist presenteert. VVD-parlementariërs pleiten ervoor besparingen te zoeken in bedrijfsvoering en voor scherper financieel toezicht, en benadrukken dat middelen primair voor opsporing en straatwerk moeten worden ingezet.
Kortom: er is politieke druk om de politieoperationele capaciteit te beschermen, terwijl het demissionaire kabinet zoekt naar manieren om de groeiende tekorten te beteugelen.