Kamer steunt schoorvoetend nieuwe vorm vermogensbelasting
In dit artikel:
Een meerderheid in de Tweede Kamer steunt de nieuwe invulling van box 3, maar doet dat met tegenzin. Staatssecretaris Eugène Heijnen (Belastingen, BBB) stelt dat vermogenden voortaan belasting betalen over het gerealiseerde rendement van hun bezittingen — rente op spaargeld of waardestijgingen van aandelen en vastgoed — ook wanneer die waarde niet op een rekening staat. Dit vervangt het oude systeem dat werkte met veronderstelde opbrengsten en dat na meerdere rechterlijke uitspraken is afgeserveerd.
Het kabinet wil het stelsel per 2028 invoeren; de Kamer moet uiterlijk half maart instemmen, want elk jaar uitstel zou naar schatting honderden miljoenen kosten. Die krappe planning maakt ingrijpende aanpassingen in de ogen van veel Kamerleden praktisch onmogelijk. D66, VVD en CDA noemen het een tussenstap; D66’er Henk-Jan Oosterhuis ziet na de formatie ruimte voor wijzigingen. VVD, CDA, JA21 en BBB geven de voorkeur aan belasting pas bij verkoop (realisatie), terwijl GroenLinks-PvdA pleiten voor heffing over alle waardestijgingen. Luc Stultiens: „Economisch gezien het minst verstorend, beter uitvoerbaar voor de Belastingdienst en mensen zelf.”