Kamer maant kabinet vuurwerkverbod snel te voltooien, maar er zijn nog veel obstakels
In dit artikel:
Een krappe Kamermeerderheid steunt het D66-voorstel om het vuurwerkverbod ruim vóór de volgende jaarwisseling definitief te maken, nadat het aantal incidenten tegen hulpverleners tijdens oudejaarsnacht opnieuw toenam. Het wetsvoorstel van GroenLinks/PvdA en de Partij voor de Dieren werd aangenomen, maar partijen als VVD en ChristenUnie hebben extra voorwaarden gesteld; pas als die zijn ingevuld willen zij het voorstel in Tweede en Eerste Kamer opnieuw beoordelen.
Belangrijke voorwaarden zijn: een sluitend handhavingsplan voor politie en andere toezichthouders (een plan lag er voor de jaarwisseling, maar er is twijfel of dit voldoende is uitgevoerd), behoud van kleinschalige, vergunningplichtige vuurwerkshows voor buurtverenigingen (staatssecretaris Thierry Aartsen heeft hiervoor een uitwerkingsplan, maar burgemeesters vrezen uitvoerbaarheid en extra verantwoordelijkheid) en vergoeding voor de vuurwerkbranche. Over die schadecompensatie bestaat grote onenigheid: de branche noemde vorig jaar een verliespost van €895 mln, het ministerie schatte eerder €100–150 mln bij een verbod in 2025, en het kabinet rekent bij een verbod in 2026 op circa €50 mln — een bedrag dat de sector te laag vindt.
De toegenomen onveiligheid onderstreept de urgentie: demissionair minister Foort van Oosten meldde dat 406 politieagenten slachtoffer werden van agressie en geweld tijdens de laatste jaarwisseling (111 meer dan het jaar daarvoor); daarnaast waren er 122 slachtoffers onder andere publieke functionarissen. De Kamermeerderheid (onder anderen D66, GL/PvdA, CDA, Denk, SGP, PvdD, CU, 50Plus en Volt) dringt aan op snelle afronding, maar uitvoeringsvragen, de financiële kloof over compensatie en de noodzaak tot extra werk door het kabinet maken het volgens Aartsen een „pittige uitdaging”. De tijdslijn blijft dus onzeker.