Kabinet wil streep halen door groot deel van omstreden zzp-wet
In dit artikel:
Het kabinet werkt aan een nieuwe Zelfstandigenwet die zzp'ers wettelijk een duidelijkere en erkende positie moet geven. Daarmee verdwijnt grotendeels het eerder voorgestelde Vbar‑voorstel (Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden), dat bedoeld was om heldere criteria voor ondernemerschap te formuleren maar in de Kamer weinig steun kreeg en voor onzekerheid zorgde bij zowel zelfstandigen als opdrachtgevers.
De Vbar bracht strenge voorwaarden met zich mee: als opdrachtgevers onbedoeld niet aan die voorwaarden voldoen, riskeren zij boetes en naheffingen. Om die reden kiest het kabinet ervoor het grootste deel van Vbar te laten vallen en in plaats daarvan te werken met de Zelfstandigenwet, die meer duidelijkheid en erkenning voor zelfstandigen in de wet moet vastleggen. Minister Thierry Aartsen zegt dat het eerdere voorstel voor onrust zorgde en onvoldoende draagvlak had.
Eén onderdeel van Vbar blijft wel bestaan voor zzp'ers met een tarief onder 38 euro per uur. Deze groep kan bij vermoeden van schijnzelfstandigheid bij de opdrachtgever claimen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. De bewijslast komt dan bij de opdrachtgever te liggen: lukt het hen niet aan te tonen dat er geen arbeidsovereenkomst is, dan moet de zelfstandige in loondienst worden genomen.
De plannen moeten nog door Brussel worden goedgekeurd. Een belangrijke drijfveer voor versnelling is het Europese coronaherstelfonds: Nederland kan bijna 3 miljard euro ontvangen, maar alleen als bepaalde hervormingen — waaronder regels rond schijnzelfstandigheid, een energiewet en maatregelen voor woningbouw — uiterlijk in augustus zijn doorgevoerd. Zonder tijdige invoering loopt Nederland het risico op verlies van die subsidie.
Achtergrond: de discussie rond schijnzelfstandigheid draait om het balanceer‑spel tussen flexibiliteit voor bedrijven en zelfstandigen enerzijds en bescherming, fiscale duidelijkheid en arbeidsrechten anderzijds. De nieuwe aanpak probeert onzekerheid te verminderen, maar werkgevers blijven alert moeten zijn vanwege mogelijke financiële gevolgen wanneer de bewijslast in individuele gevallen op hen terechtkomt.