Kabinet wil VvE's verduurzamen, maar kijkt weg van de rot onder de vloer
In dit artikel:
Op 24 maart moet de minister van Volkshuisvesting antwoord geven op Kamervragen van Pieter Grinwis (CU) over de verduurzaming van VvE’s. De brief waarschuwt dat het kabinetsbeleid — subsidies en leningen via regelingen als de Subsidieregeling Verduurzaming voor VvE’s en het Nationaal Warmtefonds — uitgaat van de fictie van ‘redelijk gezonde’ VvE’s. In de praktijk kampen veel oudere, gemengde VvE’s met urgente basisproblemen: asbestdaken, betonrot, verzakkende funderingen en versleten installaties. Reservefondsen zijn uitgehold en onderhoudsplannen blijken vaak illusoir. Dit zijn structurele herstelklussen, geen puur energie-gerelateerde investeringen.
Het artikel noemt bovendien dat de kosten van jarenlang uitstel van onderhoud vaak bij bewoners terechtkomen zodra grooteigenaren — bijvoorbeeld de buitenlandse investeerder Heimstaden — delen van hun portefeuilles verkopen. Bij uitponding worden verborgen achterstanden zichtbaar; individuele appartementseigenaren krijgen plots te maken met hoge eenmalige bijdragen en langdurige financiële lasten waar zij geen invloed op hadden. Het huidige systeem corrigeert die situatie niet, maar faciliteert ze.
Lenen biedt geen algemeen antwoord: een combinatie van achterstallig onderhoud plus verduurzaming kan leiden tot extra maandlasten van honderden euro’s per appartement, een bedrag dat voor veel huishoudens onbetaalbaar is. Bovendien haken kopers en de markt af bij zulke financiële risico’s, waardoor appartementwaarden dalen en problematische VvE’s in een neerwaartse spiraal raken. Daardoor ontstaat een tweedeling: gezonde VvE’s profiteren van subsidies en verduurzamen verder, terwijl de meest kwetsbare VvE’s buiten beeld raken en verder vervallen — iets wat de energietransitie kan ondermijnen.
De kernvraag aan de minister is simpel: erkent het kabinet dat een aanzienlijke groep VvE’s eerst structureel gered en hersteld moet worden voordat duurzaamheidsmaatregelen zinvol en betaalbaar zijn? Zolang die erkenning en gerichte aanpak ontbreken, blijft beleid volgens de auteur steken in sympathieke bedoelingen zonder voldoende effect op de bodemproblemen van de woningvoorraad.