Kabinet wil uitzendkrachten hooguit 3 jaar bij dezelfde inlener laten werken: daarna een vast contract bij het bedrijf, of daar stoppen

zondag, 1 november 2026 (12:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Een wetsvoorstel van minister Vijlbrief van Sociale Zaken moet uitzend- en payrollwerk bij hetzelfde bedrijf beperken tot maximaal 156 weken, oftewel ongeveer drie jaar. Het voorstel ligt sinds 29 oktober ter internetconsultatie; belangstellenden kunnen tot en met 24 november reageren. Het kabinet wil de nieuwe regels op 1 januari 2028 laten ingaan, maar het voorstel moet daarvoor nog langs de Raad van State en beide Kamers van het parlement.

Uiterlijk vier weken voordat een uitzendkracht de grens bereikt, moet het bedrijf waar diegene werkt schriftelijk een vast contract aanbieden of melden dat de opdracht eindigt. Het aanbod moet minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden en hetzelfde aantal uren bevatten. De werknemer heeft vervolgens een maand om te reageren. Wie het aanbod afwijst, blijft bij het uitzendbureau in dienst, maar kan niet meer op uitzendbasis bij dat bedrijf werken.

De teller loopt door als iemand overstapt naar een ander uitzendbureau of een andere functie binnen hetzelfde bedrijf. Ook onderbrekingen, vakanties en ziekte veranderen de opgebouwde periode niet; alleen de weken waarin iemand niet bij het bedrijf werkt tellen niet mee. Eerdere werkweken blijven tot zeven jaar na het einde van het kalenderjaar van de eerste opdracht meetellen. Bij een vast contract met het uitzendbureau geldt geen harde termijn, al moet ook dat werk tijdelijk blijven. De toelichting verwijst naar een uitspraak van het Europese Hof waarin 55 maanden bij dezelfde inlener in het algemeen niet meer als tijdelijk werd gezien.

Tegenover de beperking staat meer zekerheid voor uitzendkrachten met een vast contract bij het bureau. Als hun opdracht eindigt, moet het bureau hen straks minstens twee maanden proberen te herplaatsen en het loon doorbetalen; nu geldt meestal één maand. Voor de meeste uitzendkrachten wordt bovendien vanaf eind 2026 recht op minstens gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als die van werknemers van het inlenende bedrijf voorzien. Vanaf 2028 wordt de eerste flexibele uitzendperiode beperkt tot 52 weken en volgt na in totaal 36 maanden volgens de toelichting een vast contract bij het uitzendbureau.

Daarnaast moeten uitzendbureaus vanaf 2027 in principe een toelating hebben. De beperking van 156 weken raakt volgens de toelichting relatief weinig contracten: van 880.000 uitzendcontracten die in 2020 begonnen, duurden er 9.000 langer dan drie jaar. Wie al lang bij hetzelfde bedrijf werkt, doet er wel goed aan de startdatum bij te houden, omdat ook eerdere weken meetellen. Bij overtreding bevat het voorstel geen specifieke boete; werknemers kunnen zelf een redelijk aanbod doen, de Arbeidsinspectie inschakelen en zo nodig naar de rechter stappen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: In de Wandelgangen: Staan Hélène Hendriks en Jeanneau van Beurden open voor Boxing Stars?