Kabinet wil handelsverbod goederen uit nederzettingen Israël
In dit artikel:
Het kabinet legt een importverbod op goederen uit Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogte, en verbiedt ook de (tussen)handel erin; Nederlandse bedrijven in het buitenland moeten zich hieraan houden. De Tweede Kamer vroeg in september vorig jaar om zo’n maatregel. De regering geeft als reden ernstige bezorgdheid over de uitbreiding van illegale nederzettingen en geweld door kolonisten, die de vooruitzichten op een tweestatenoplossing volgens haar verder ondermijnen.
Tegelijkertijd waarschuwen ministers Berendsen (Buitenlandse Zaken) en Sjoerdsma (Buitenlandse Handel) dat handhaving problematisch kan zijn. In een brief aan de Kamer schrijven zij dat de doelmatigheid, proportionaliteit, uitvoerbaarheid en regeldruk zijn afgewogen, maar dat de controle van de sancties tegen grenzen aan kan lopen. Het kabinet onderzoekt bovendien of een verbod op diensten en investeringen binnen het Europees recht mogelijk is; voor een EU-brede boycot is onder de lidstaten onvoldoende steun. Daarom zoekt Nederland samenwerking met andere landen die soortgelijke stappen zetten, zoals België.
Christenen voor Israël (CvI) stelt dat de maatregel vooral Palestijnse arbeiders treft, omdat in de nederzettingen weinig bedrijven zijn en veel werknemers Palestijnen zijn die afhankelijk zijn van Israëlische arbeidsvoorwaarden; het Israël Producten Centrum noemt het verbod bijzonder problematisch, al is het effect op hun omzet beperkt (2–3%). De Nederlandse maatregel geldt voor drie jaar, tenzij via wetgeving anders wordt bepaald; het kabinet vraagt spoedadvies van de Raad van State om de invoering te versnellen.