Kabinet wil demonstratierecht aanscherpen: zwaardere straffen en meer bevoegdheden burgemeesters
In dit artikel:
Het kabinet, vertegenwoordigd door ministers Pieter Heerma (BZK) en David van Weel (J&V), stelt strenger optreden bij ontspoorde demonstraties voor en wil de Wet openbare manifestaties – die al zo’n veertig jaar niet is aangepast – moderniseren. In een brief aan de Tweede Kamer pleiten zij voor ruimere noodbevoegdheden voor burgemeesters, waaronder de mogelijkheid om demonstranten te verplaatsen wanneer een protest dreigt te escaleren, en het expliciet vastleggen van een noodbevoegdheid in de wet, zodat eerder en gerichter kan worden ingegrepen bij ernstige openbare-ordeverstoringen.
Daarnaast wil het kabinet dat rechters bij strafzaken explicieter rekening houden met het feit dat misdrijven tijdens demonstraties zijn gepleegd, waardoor zwaardere straffen mogelijk worden. De ministers benadrukken dat het demonstratierecht blijft bestaan, maar dat er behoefte is aan scherpere instrumenten om excessen te voorkomen.
De voorstellen volgen op recente incidenten: activisten van Extinction Rebellion blokkeerden het spoor bij Utrecht Centraal ondanks een verbod van burgemeester Sharon Dijksma, en eerder escaleerden anti-azc-demonstraties in Loosdrecht waarbij onder meer vuurwerk werd gegooid richting een noodopvang met vijftien vluchtelingen. NS heeft aangekondigd schadeclaims te stellen voor de spooracties.
In de Kamer bestaat druk om nog verdergaande maatregelen, zoals een aparte, zwaardere strafcategorie voor weg- of spoorblokades en een landelijk verbod op gezichtsbedekking bij demonstraties. Heerma verzet zich tegen nieuwe categorieën met zwaardere straffen en ziet handhaving van bestaande regels als oplossing; het gezichtsbedekkingsverbod stuit op uitvoerbaarheidsbezwaren bij politie en burgemeesters. Na de zomer debatteert de Tweede Kamer over het volledige pakket aan wijzigingen en alternatieven.