Kabinet wil demonstratierecht aanscherpen na rellen en blokkades
In dit artikel:
Het kabinet-Jetten wil het demonstratierecht niet ingrijpend veranderen, maar burgemeesters wel meer instrumenten geven om protesten te sturen en relschoppers zwaarder te kunnen bestraffen. Ministers David van Weel (Justitie) en Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken) reageren hiermee op een reeks uit de hand gelopen acties — onder meer anti‑azc-protesten met rellen en spoorblokkades zoals eind mei op Utrecht Centraal — die in Den Haag tot ongenoegen leidden.
De plannen richten zich vooral op het uitbreiden van burgemeesterlijke bevoegdheden: gemeenten moeten demonstraties eerder kunnen verplaatsen (bijvoorbeeld door deelnemers per bus te laten verplaatsen) zodat risico’s voor de openbare orde beter beheerst worden. Ook moet het voor rechters eenvoudiger worden om misdragingen tijdens protesten zwaarder mee te wegen bij de strafoplegging, iets wat D66, VVD en CDA in het coalitieakkoord voorzagen.
Een aparte zwaardere straf voor het blokkeren van sporen of wegen komt er niet; het kabinet stelt dat bestaande wetgeving al mogelijkheden biedt. Wel verschijnt een handreiking voor de lokale “driehoek” (burgemeester, politie, Openbaar Ministerie) en worden stappen gezet om NS en ProRail makkelijker schade te laten verhalen. Deze aanpak benadrukt het spanningsveld tussen demonstratierecht en openbare‑ordebelangen.