Kabinet verwacht geen energiecrisis zoals 2022, maar houdt vinger aan de pols
In dit artikel:
Het kabinet ziet voorlopig geen reden om in te grijpen tegen de oplopende energieprijzen, maar volgt de ontwikkeling „nauwlettend” en brengt opties voor steunmaatregelen in kaart voor het geval de situatie verslechtert. In een brief aan de Tweede Kamer geven de verantwoordelijke ministers aan dat er momenteel geen acute tekorten aan olie of gas worden verwacht.
De prijsstijgingen worden toegeschreven aan de oorlog in het Midden-Oosten en leiden al tot hogere brandstofprijzen aan de pomp en iets hogere gasprijzen, met mogelijke gevolgen voor inflatie en koopkracht. Toch zijn de omstandigheden niet vergelijkbaar met de energiecrisis van 2022: destijds piekte de gasprijs rond de 300 euro per MWh, nu ligt die ongeveer op 50 euro per MWh, en de wereldwijde gasproductie — waaronder LNG — is sindsdien sterk toegenomen.
Het kabinet noemt het onwaarschijnlijk dat de huidige schommelingen uitmonden in een prijsexplosie van hetzelfde formaat als in 2022, maar erkent grote onzekerheid en waarschuwt dat een langdurig of uitgebreid conflict de economische impact kan vergroten. De ministers benadrukken dat de Nederlandse economie momenteel veerkrachtiger lijkt en daarom beter bestand tegen schokken.
Als voorbereiding schetst het kabinet een breed scala aan mogelijke maatregelen om huishoudens en bedrijven te ondersteunen: een energietoeslag, een prijsplafond, verlaging van accijnzen op benzine en diesel of een hogere huurtoeslag. Er is nog geen keuze gemaakt; komende tijd worden voor- en nadelen, uitvoerbaarheid en kosten afgewogen. Mocht hulp nodig blijken, wil het kabinet zulke middelen meenemen in de onderhandelingen richting Prinsjesdag.