Kabinet trekt geld uit voor tonen verweesde Joodse roofkunst
In dit artikel:
Het kabinet stelt jaarlijks 400.000 euro beschikbaar om door de nazi’s geroofde Joodse kunst uit de Nederlands Kunstbezitcollectie voor een breed publiek tentoon te stellen. Dit besluit volgt op aanbevelingen van de commissie Verweesde Joodse Roofkunst onder leiding van Lodewijk Asscher; het geld wordt zo snel mogelijk vrijgemaakt.
Het gaat om objecten die Nederlandse Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn afgenomen en daarna niet zijn opgeëist. Een deel werd na de oorlog in Duitsland teruggevonden en vervolgens in de door de staat beheerde NK-collectie opgenomen, die grotendeels in het depot van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort ligt. Tot 2027 wordt onderzocht welke stukken als “verweesd” gelden — dat wil zeggen: waarvan de herkomst en rechthebbenden niet meer te achterhalen zijn — zodat die aan de Joodse gemeenschap kunnen worden overgedragen.
Minister Rianne Letschert (OCW) wijst erop dat de collectie uiteenlopende voorwerpen bevat — van schilderijen en muziekinstrumenten tot keramiek en tapijten — en dat zichtbaar maken daarvan bijdraagt aan het herinneren van slachtoffers en het vertellen van de Holocaustgeschiedenis. De commissie adviseerde verder om de verweesde stukken onder te brengen in een onafhankelijke stichting verbonden aan het Joods Museum; of de jaarlijkse subsidie daarvoor bestemd wordt, wordt nog onderzocht. Nederland staat hiermee naar eigen zeggen vooraan in het bepalen van de toekomst van verweesde geroofde kunst.