Kabinet toont ondanks kritiek nog altijd begrip voor aanval op Iran, al klinken er ook zorgen: 'Diplomatieke oplossing is nodig'
In dit artikel:
Honderd dagen na de gezamenlijke aanval van de VS en Israël op Iran blijft het kabinet begrip tonen, maar ook zorgen uiten. CDA-minister Wopke Berendsen (Buitenlandse Zaken) zei in het Kamerdebat dat de actie is verklaarbaar vanuit wat het kabinet ziet als een reële en vooral nucleaire dreiging vanuit Iran, maar hij benadrukte tegelijk dat de aanval buiten het internationaal recht viel en dat er dringend een diplomatieke uitweg moet komen: "Er moet een diplomatieke oplossing worden gevonden."
Critici wijzen erop dat de operatie geen afdoende uitweg heeft opgeleverd en Iran door de aanval mogelijk minder bereid is te onderhandelen over zijn kernprogramma, zoals PvdA/Pan-Kamerlid Piri stelde. Berendsen erkent dat hij niet over alle inlichtingen beschikt om te beoordelen in hoeverre de dreiging is ingeperkt: er is flinke schade aan raketinstallaties, maar geen aanwijzingen voor regimeverandering en de concrete doelstellingen van de aanval zijn hem niet meegedeeld. Wel vindt hij dat een stillegging of beperking van Iran's nucleaire activiteiten deel moet uitmaken van een diplomatiek akkoord.
Praktisch reageert Nederland door een mijnenjager richting het Midden-Oosten te sturen en de inzet van een zoek-, duik- en opruimteam voor explosieven te overwegen; een definitief besluit moet nog vallen. Berendsen stelde dat vrije doorvaart in de Straat van Hormuz voor Nederland niet ter discussie staat en hoopt dat diplomatiek personeel spoedig weer vanuit Teheran kan werken, hoewel de Nederlandse rol beperkt is.