Kabinet neemt afstand van stemmingmakerij Mona Keijzer over NOS

zaterdag, 29 november 2025 (21:12) - Fok!

In dit artikel:

Demissionair vicepremier Mona Keijzer (BBB) veroorzaakte deze week intern onrust in het kabinet door een bericht op X over de berichtgeving van de NOS. Haar reactie kwam voort uit een opmerking over het vertrek van de NOS van X; Keijzer suggereerde dat de omroep voortaan geen weerwoord meer zou krijgen, iets wat volgens haar “lekker rustig” zou zijn. Premier Schoof distantieerde het kabinet van die uitspraak en benadrukte dat de publieke omroep — waaronder de NOS valt — zelf verantwoordelijk is voor de inhoud en vrij is om eigen keuzes te maken; volgens hem is onafhankelijke journalistiek in een democratie cruciaal.

Schoof heeft Keijzer hierover persoonlijk aangesproken, niet tijdens maar rond de wekelijkse ministerraad. Meerdere collega-ministers uitten kritiek: VVD-vicepremier Hermans en defensieminister Brekelmans riepen op tot terughoudendheid richting de media en pleitten voor een eendrachtige kabinetslijn. D66-leider en oud-minister Jetten vond dat Keijzer te ver ging en wees op de verantwoordelijkheid van bewindslieden om een vrije pers te steunen.

Keijzer zelf noemt de reacties overdreven en houdt vol dat haar uitlating als een tongue-in-cheek-opmerking bedoeld was; ze benadrukt dat media niet gevrijwaard zijn van kritiek en zegt dat haar rollen als Kamerlid en minister door elkaar lopen. Kamerleden Mohandis (GroenLinks-PvdA) en Oualhadj (D66) stelden daarop Kamervragen aan OCW-minister Moes over de tweet, met het verzoek om opheldering over de wettelijke garantie dat de publieke omroep onafhankelijk moet zijn van politieke invloed.

De NOS en haar hoofdredacteur Giselle van Cann reageerden scherp: zij zien Keijzers uitlatingen als beschuldigingen richting de journalistiek en noemen ze schadelijk en niet op feiten gebaseerd. Het incident past in een breder patroon: het AD noteerde vorige maand al meerdere kritische tweets van Keijzer over de NOS.

Het voorval legt spanningen bloot binnen het demissionaire kabinet over de omgang met de media en de bewaking van persvrijheid, en heeft geleid tot politieke vragen en interne afkeuring.