Kabinet moet aanval van Israël op Libanon scherp veroordelen, desnoods vandaag nog
In dit artikel:
Het kabinet-Jetten reageert volgens het opiniestuk voorzichtig en aarzelend op de nieuwe oorlog in het Midden-Oosten. De premier en andere bewindslieden nemen pas na dagen beslissingen — bijvoorbeeld over het eventueel sturen van het fregat Zr.Ms. Evertsen om het Franse vliegdekschip Charles de Gaulle in het oostelijke deel van de Middellandse Zee te escorteren — en de Kamer debatteert pas volgende week over de situatie.
De kritiek richt zich vooral op Israëls optreden in Libanon. Het leger voert een harde campagne tegen Hezbollah, met zware wapens en dreigende bombardementen die honderdduizenden Zuid-Libanezen en delen van Beiroet uit hun huizen jagen. Libanon, al zwak en slecht bestuurbaar, kan die massale ontheemding niet opvangen; er zou sprake zijn van chaos en disproportioneel geweld waarmee internationale onderzoeksmechanismen, zoals het Internationaal Strafhof, zich zouden moeten bezighouden. Tegelijkertijd zou Gaza opnieuw vrijwel van hulp verstoken zijn, waardoor de humanitaire situatie nog nijpender wordt.
De schrijver roept het kabinet op tot direct en duidelijk optreden: de Israëlische ambassadeur moet worden teruggefloten, Nederland zou een veroordelende VN-resolutie moeten overwegen en binnen de EU moet geprobeerd worden een eendrachtig standpunt te bereiken. Dat neemt niet weg dat Hezbollah als terreurorganisatie wordt gezien, maar stilzwijgen over wat er in Libanon gebeurt noemt de auteur laf.
Tenslotte waarschuwt het stuk dat binnenlandse dossiers — het toeslagenschandaal en de Groninger gasaffaire, inclusief de omstreden compensatie in Friesland — niet uit het publieke oog mogen verdwijnen.