Kabinet moet aan de bak met weren van haatzaaier Mohamed Baajour
In dit artikel:
Mohamed Baajour, een figuur die in Nederland gezien wordt als antisemitisch en die openlijk steun heeft betuigd aan Hamas, wil komende tijd in Utrecht spreken. Zijn voorgenomen optreden zet het kabinet opnieuw onder druk omdat eerdere pogingen van overheid of politie om vergelijkbare verschijningen te verbieden door de rechter zijn teruggefloten. De kernvraag is hoe de autoriteiten vrijheidsrechten en openbare-ordebeleid moeten afwegen: een verbod kan door de rechter ongedaan worden gemaakt, maar toestaan kan leiden tot spanningen, tegenprotesten en veiligheidsproblemen in de stad. Voor betrokken instanties — van nationale politiek tot lokale politie en burgemeesters — betekent dit lastige keuzes over inzet van maatregelen zoals demonstratieverboden, strafrechtelijke handhaving bij haatzaaien of het aanvragen van gerechtelijke toestemming voor toegangsbeperkingen. De zaak raakt ook bredere thema’s: de bescherming van kwetsbare groepen, de grenzen van vrije meningsuiting en de praktische capaciteit om escalatie op straat te voorkomen.