Kabinet-Jetten wil liever niet meer samenwerken met ex-PVV'er Markuszower, maar houdt de deur op een kiertje

woensdag, 27 mei 2026 (03:55) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Het minderheidskabinet onder leiding van D66-premier Rob Jetten wil na de uitlatingen van ex-PVV’er Gidi Markuszower over „maximaal geweld” tegen Palestijnse asielzoekers niet gemakkelijk meer samenwerken met zijn fractie, maar sluit die deur ook niet categorisch. Tijdens een dinsdagavonddebat in de Tweede Kamer over geweld bij demonstraties tegen asielopvang en de rol van politici daarbij, zei Jetten dat Markuszower zichzelf buiten de „constructieve krachten” heeft geplaatst. Tegelijk stelde de premier dat hij bij een rondgang langs andere fractievoorzitters had geconstateerd dat er voor belangrijke besluiten genoeg politieke partners zijn, zodat samenwerking met Markuszower niet per se nodig is.

Markuszower, die in januari uit de PVV stapte met zes collega-Kamerleden omdat hij wel openstond voor samenwerking met het kabinet, verdedigde zich herhaaldelijk in het debat. Hij benadrukte later aanvullende nuanceringen: volgens hem mag alleen de overheid geweld gebruiken en moet dat proportioneel zijn en passen bij Nederland. Jetten erkende die nuances, maar maakte duidelijk dat hij geweld in dergelijke situaties niet gerechtvaardigd vindt. Hij steunde daarnaast een motie van Jesse Klaver die het kabinet oproept geen akkoorden te sluiten met partijen die oproepen tot geweld; Jetten heeft daar geen bezwaar tegen.

Coalitiepartijen D66, VVD en CDA (fractievoorzitters Jan Paternotte, Ruben Brekelmans en Henri Bontenbal) wezen eveneens op hun terughoudendheid: zij willen niet structureel samenwerken met Markuszowers fractie om meerderheden te vormen. Tegelijk verwijzen zij naar eerdere voorbeelden waarin partijen als Progressief Nederland en de Partij voor de Dieren wel moties samen met de PVV indienden, wat nuance toevoegt aan de discussie over verwerpelijkheid van samenwerking.

Ook kwam de discussie uitgebreid uit op Forum voor Democratie (FVD), dat in peilingen flink is gegroeid en tijdens het debat nadrukkelijk aanwezig was. FVD-leider Lidewij de Vos schetste de protesten bij azc’s als grotendeels vreedzaam en maakte de omvolkingsretoriek en voorstellen voor „remigratie” tot centraal thema: haar partij wil „Nederland graag Nederlands houden”, aldus De Vos. Ze bekritiseerde het regeringsbeleid en sloeg de beschuldigingen dat FVD banden met extreemrechts heeft vaak af. Kritische vragen over het gevaar van extreemrechtse groepen, de Prinsenvlag en antisemitische incidenten wuifde zij weg, wat leidde tot felle confrontaties met onder meer Jesse Klaver, Mona Keijzer (ex-BBB) en CDA-leider Bontenbal. De sfeer in het debat werd ronduit gespannen toen De Vos stelde dat „Nederlanders” mensen zijn die hier oorspronkelijk vandaan komen en suggereerde dat wie zich niet Nederlands voelt beter naar het land van herkomst kan gaan.

Verder in het debat ontstond ook aandacht voor eerdere, door oppositiepartijen bekritiseerde contacten tussen het kabinet en de Groep Markuszower en SGP: in februari was er volgens betrokkenen een geheime afspraak over AOW-bezuinigingen die later zou zijn teruggestuurd naar de tekentafel.

Kortom: het Kamerdebat benadrukte de politieke gevoeligheid rond samenwerking met splinterfracties en partijen die controversiële of polariserende retoriek gebruiken. Terwijl Jetten en coalitieleiders zoveel mogelijk afstand nemen van oproepen tot geweld, is de vraag hoe breed die principiële scheidslijnen in de praktijk worden doorgetrokken, zeker nu FVD aan invloed wint en de parlementaire verhoudingen fragiel blijven.