Kabinet-Jetten: verder op weg naar de afgrond

woensdag, 11 maart 2026 (08:02) - Indepen

In dit artikel:

Het nieuwe kabinet-Jetten zet onverminderd in op ambitieuze klimaatdoelen en “groene groei”, maar ziet netcongestie als het grootste praktische obstakel. In gesprek op Ongehoord Nieuws en in een opiniestuk wijst Marcel Crok erop dat de plannen vooral technocratisch en utopisch van aard zijn: doelstellingen zoals 90% CO2‑reductie in 2040 (een EU‑ambitie) en uiteindelijk Net Zero in 2050 worden politiek vastgehouden, terwijl de economische en technische randvoorwaarden ontbreken.

Wie en wat: kabinet, eurocommissaris Wopke Hoekstra en minister Stientje van Veldhoven voeren EU‑beleid door dat industrie, energie en later ook huishoudens moet dwingen te verduurzamen via het emissiehandelssysteem (ETS). ETS maakt uitstoot schaars en drijft de prijs van CO2 op (~€80/ton), en ETS2 — dat huishoudens, gebouwen en vervoer zou omvatten — is voorlopig uitgesteld tot 2028. De regering wil daarnaast fors uitbreiden van wind op zee (ambitie 40 GW in 2040) en het landelijk elektriciteitsnet versterken.

Waar en wanneer: beleid geldt voor Nederland binnen het EU‑kader; de cruciale tijdspaden zijn 2030, 2040 en 2050. Actuele knelpunten spelen nu: congestie in het net doordat veel zon‑ en windstroom opgewekt wordt zonder voldoende transportcapaciteit, en stijgende kosten van zowel netuitbreiding als offshore windprojecten.

Waarom dit problematisch is: Crok en chemicus Jaap Hanekamp trekken parallellen met de stikstofaanpak: beleidskeuzes die gebaseerd lijken op modelberekeningen en politiek bepaalde “harde” grenzen (stikstofkritische depositiewaarden of de 1,5/2°C‑doelstelling) leiden tot vergaande ingrepen en verlies van nuance. Economisch botst het streven op reële marktfactoren: hoge energieprijzen drukken de concurrentiekracht van energie‑intensieve sectoren (zoals de chemie) en er is een duidelijke correlatie tussen een groot aandeel zon/wind en hogere elektriciteitsprijzen. Veel toelevering in cleantechnologie (EV’s, zonnepanelen) is inmiddels in Chinese handen, terwijl Westerse bedrijven grote verliezen incasseerden bij de transitie naar elektrisch rijden.

Financiën en uitvoering: netuitbreiding kost miljarden — TenneT noemt een orde van grootte van circa €200 miljard — en levert geen extra kWh op, alleen transportcapaciteit. Offshore windprojecten zijn duur geworden; de overheid wil het gat dichten met subsidies via Contracts for Difference. Omwonenden en procedures dreigen het tempo te vertragen; het kabinet introduceert daarom een Crisiswet Netcongestie om vergunningstrajecten te versnellen, hetgeen bezwaarrecht van burgers verder kan beperken.

Geopolitiek en energieafhankelijkheid: Nederland probeert “onafhankelijk” te worden van Russisch gas, maar is juist kwetsbaar: Groningen blijft gesloten en rond 60% van het gas komt nu als duur LNG uit de VS, met bijbehorende politieke risico’s.

Voorspelling en kritiek: Crok betoogt dat de doelen onhaalbaar en onbetaalbaar zijn en voorspelt dat het klimaatbeleid economisch onder druk zal instorten binnen enkele jaren — niet door erkenning van fouten, maar door malaise. Hij noemt de slogan “Bouwen aan een beter Nederland” Orwelliaanse Newspeak en waarschuwt dat technocratische modellen en utopische ambities kunnen leiden tot zware maatschappelijke en economische consequenties.

Kort: het kabinet houdt vast aan ambitieuze, EU‑gedreven klimaatdoelen, maar kampt met reële uitvoerings-, kosten‑ en concurrentieproblemen (netcongestie, hoge investeringskosten, industriekrimp en afhankelijkheid van buitenlandse technologie en energie). Kritici waarschuwen dat beleid dat sterk leunt op modellen en politieke targets het draagvlak en de uitvoerbaarheid mist.