Kabinet-Jetten omarmt SER-advies over statushouders: na acht jaar werkt pas 59 procent maar de schuld ligt zogenaamd bij de opvang
In dit artikel:
In een vrijdag gepubliceerde kabinetsreactie op een rapport van de Sociaal-Economische Raad (SER) bespreken VVD-minister Thierry Aartsen en CDA-minister Bart van den Brink de arbeidsparticipatie van asielzoekers, statushouders en Oekraïense ontheemden. Volgens de aangehaalde cijfers heeft acht jaar na het verkrijgen van een verblijfsvergunning 59 procent van de statushouders werk. Dat betekent dat 41 procent dan nog geen baan heeft. Asielzoekers die nog in procedure zijn, werken volgens de SER aanzienlijk minder vaak.
De banen van statushouders zijn bovendien vaak eenvoudige functies met tijdelijke of flexibele contracten. De auteur gebruikt deze cijfers om het idee te bekritiseren dat asielmigratie de vergrijzing en personeelstekorten vanzelf kan oplossen. Hij stelt dat veel nieuwkomers langdurig afhankelijk blijven van sociale voorzieningen en dat hun inzet op de arbeidsmarkt beperkt is.
De SER en het kabinet leggen de oorzaken van de achterblijvende arbeidsparticipatie volgens het artikel vooral bij omstandigheden in Nederland. Genoemd worden onder meer een gebrekkig netwerk tussen nieuwkomers en werkgevers, veel verhuizingen tijdens de opvang, lange verblijfsduur in opvanglocaties en de inrichting en eisen van het inburgeringsstelsel. Daardoor zouden nieuwkomers later aan het werk gaan en minder vaak functies vinden die aansluiten bij hun opleiding of vaardigheden.
Aartsen en Van den Brink onderschrijven de urgentie van het SER-advies. Zij noemen het volgens de kabinetsreactie een gezamenlijke maatschappelijke opdracht om nieuwkomers snel aan werk te helpen, hun talenten te benutten en hen te laten deelnemen aan de samenleving. Het kabinet heeft daarom een ministeriële Taskforce Asiel en Migratie ingesteld. Ook werkt het aan wetgeving om gecombineerde verblijfs- en werkvergunningen voor arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie eenvoudiger te maken.
De schrijver is daar zeer kritisch over. Hij vindt dat de verantwoordelijkheid te veel bij werkgevers, gemeenten, het UWV en het Nederlandse inburgeringsbeleid wordt gelegd, terwijl volgens hem taalachterstand, cultuurverschillen en beperkte inzetbaarheid een belangrijkere rol spelen. Ook hekelt hij het verschil tussen de extra begeleiding voor statushouders en de strengere controle op zzp’ers en kleine ondernemers. Zijn conclusie is dat verdere begeleiding en nieuwe taskforces het probleem niet oplossen en dat Nederland de asielinstroom moet stoppen en strengere verblijfsvoorwaarden moet invoeren. Die conclusie is de politieke stellingname van de auteur en niet een neutrale conclusie van de SER.
Vandaag Inside: 'The Champ' richt zich in video tot René van der Gijp, Wim Kieft, Michel van Egmond en Rob Jansen