Kabinet-Jetten buigt voor stakende ambtenaren: Nullijn van tafel, maar wie betaalt de torenhoge rekening?
In dit artikel:
Het kabinet-Jetten heeft na maanden van onrust de zogeheten nullijn voor rijksambtenaren ingetrokken. Ruim 160.000 medewerkers krijgen per 1 juli een loonsverhoging van 2,7 procent en een eenmalige uitkering; de overheid rekent op een kostenplaatje van circa 300–400 miljoen euro dat dit jaar uit diverse departementale begrotingen wordt opgevangen.
Achtergrond is dat de nullijn – in feite een nulprocentaanpassing en uitblijven van inflatiecorrectie – een restant was van het vorige kabinet. Het vasthouden daaraan leidde de afgelopen maanden tot grote onrust: staken en werkonderbrekingen troffen onder meer gevangenissen in Utrecht en Rotterdam, veroorzaakten storingen bij de Belastingtelefoon en legden op 14 april zelfs ondersteunend personeel in de Tweede Kamer het werk neer. Pas toen die gevolgen politiek voelbaar werden, escaleerden de onderhandelingen in kort tijdsbestek naar een akkoord.
Het pakket bevat naast de structurele 2,7 procent ook een eenmalige schaalgebonden uitkering (ongeveer €1.400 voor de laagste schalen, aflopend naar €1.000 voor de hoogste schalen) en een verhoging van de kilometervergoeding van 21 naar 23 cent. Vakbond FNV noemt het akkoord een overwinning en benadrukt dat rijksmedewerkers essentieel zijn voor het functioneren van het land; minister Heerma toonde zich opgelucht over het doorbreken van de impasse.
Toch valt de zege in waarde terug: de inflatie bedroeg volgens het CBS in maart 2,7 procent en de eerste raming voor april is 2,8 procent, waardoor de koopkrachtwinst nul kan zijn of minimaal uitpakt. Externe factoren zoals de oorlog in het Midden-Oosten en spanningen rond de Straat van Hormuz houden de prijsdruk hoog. Conclusie: de nullijn is van tafel, maar door inflatie en de hoge directe kosten ligt de nettowinst voor ambtenaren en de financiële last voor de belastingbetaler beperkt.