Kabinet is ondanks keiharde kritiek niet van plan de plannen voor Schiphol opnieuw te maken

dinsdag, 19 mei 2026 (21:31) - Het Parool

In dit artikel:

Het kabinet voert de groeiplannen voor Schiphol door ondanks een zwaar kritisch oordeel van de onafhankelijke Commissie-MER over de milieu- onderbouwing. De adviescommissie concludeerde afgelopen vrijdag dat de huidige plannen onvoldoende waarborgen bieden voor de gezondheid van omwonenden, onder meer omdat geluidsoverlast en vliegverkeer niet voldoende worden beperkt; zij adviseerde de hele onderbouwing opnieuw te doen. Het kabinet, onder leiding van luchtvaartminister Vincent Karremans, wil dat niet: heraanpakken kost te veel tijd en zou noch omwonenden noch de luchtvaart ten goede komen. Karremans wil waar mogelijk aanbevelingen verwerken binnen haalbare grenzen en streeft ernaar de maatregelen per 1 november in te laten gaan.

De minister wijst erop dat sinds november al een geluidsreductie van 13,7 procent is gerealiseerd en dat klachten bij het Bewoners Aanspreekpunt Schiphol (BAS) met ongeveer de helft zijn gedaald; het doel is richting 15 procent en later 20 procent verder te verbeteren. Tegelijk verwacht hij dat de aangepaste plannen tot nieuwe juridische procedures zullen leiden.

Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) heeft grote twijfels over of de plannen veilig uitvoerbaar zijn en of binnen de nieuwe geluidsgrenzen gevlogen kan worden. Karremans zegt dat de grenzen zijn gezocht als middenweg: LVNL vindt ze te strikt, bewonersorganisaties en gemeenten te ruim.

In de Tweede Kamer lopen de meningen sterk uiteen. D66 waarschuwt dat de Commissie-MER “keihard” is en dringt aan op onderzoek naar mogelijkheden zoals een nachtsluiting om gezondheidsdoelen te halen. VVD wil de plannen volledig doorvoeren en wijst op het bereikte geluidsrendement en minder nachtklachten. Het CDA steunt invoering op 1 november, maar wil voorkomen dat Schiphol later alsnog terug kan groeien naar 500.000 vluchten per jaar; eventuele extra geluidswinst moet ten goede komen aan omwonenden.

Kortom: kabinet en minister willen doorgaan met aangepaste invoering, terwijl wetenschappelijke kritiek, operationele twijfels en politieke tegenstand juridische en bestuurlijke discussie blijven opleveren.