Kabinet hoopt dat opkomstplicht niet nodig is, 'maar sluit het niet uit'
In dit artikel:
Staatssecretaris Christophe Boswijk stelde in de Tweede Kamer dat hij hoopt dat Nederland geen algemene oproep voor militaire dienst nodig heeft, maar dat hij dat niet kan uitsluiten: "Ik hoop dat een verplichting niet nodig is, maar ik kan het niet uitsluiten." Het debat ging over een plan in het coalitieakkoord om een selectieve opkomstplicht in te voeren als Defensie binnen vier jaar niet groeit naar 122.000 personeelsleden; nu telt de organisatie inclusief burgers en reservisten ongeveer 80.000 mensen.
Oppositiepartijen zoals GroenLinks-PvdA, SP en Denk uiten grote zorgen. Jongeren vrezen dat ze gedwongen kunnen worden dienst te doen of te straffen krijgen bij weigering — in Zweden bestaat al een selectieve plicht waarbij niet-reagerende jongeren een boete riskeren. Kamerleden vroegen of weigeraars gevangenisstraf of gedwongen oefeningen moeten vrezen en waarschuwden voor demotivatie bij opgeroepen jongeren.
Boswijk antwoordde dat hij eerst inzet op gemotiveerde aanmeldingen en een stapsgewijze aanpak: begin met een vrijwillige enquête, gevolgd door een verplichte enquête; als dat onvoldoende resultaten geeft, kunnen verplichte gesprekken en keuringen volgen. Hij wil ook groepen stimuleren zich aan te melden en noemde als voorbeeld dat de aanmelding van koningin Máxima als reservist de belangstelling vergrootte. Formeel bestaat de dienstplicht voor 17–45-jarigen nog, maar de opkomstplicht is sinds 1997 opgeschort en kan in oorlogstijd snel heringevoerd worden. Boswijk zal de uitwerking van de selectieve opkomstplicht verder uitwerken en met oppositiepartijen overleggen.