Kabinet geeft prehistorische vondsten in handbagagekoffers terug aan Maleisië
In dit artikel:
Het demissionaire kabinet heeft in Den Haag de resten van tientallen prehistorische mensen officieel teruggegeven aan een Maleisische delegatie. De schedel- en botfragmenten waren rond 1935 door Nederlandse en Engelse archeologen opgegraven in Guar Kepah — toen Malaya nog onder Britse heerschappij viel — en belandden later in het depot van Naturalis in Leiden. De Maleisische regering had om teruggave gevraagd in 2022; volgens het ministerie van OCW duurde de afronding langer dan verwacht, maar waarom is niet duidelijk.
De vondsten geven volgens de Maleisische curator Sanjai Kumar zeldzame informatie over het leven van een kustgemeenschap in de jonge steentijd en zijn relevant voor het begrip van menselijke migratie in Zuidoost-Azië. De resten zijn individueel verpakt en worden meegegeven in de originele doosjes waarin ze in de jaren dertig werden bewaard — van sigarendoosjes tot koektrommels — iets wat de delegatie als onderdeel van het verhaal wilde behouden.
Opmerkelijk was het praktische verzoek van de Maleisische delegatie om de botten als handbagage mee te nemen; de Nederlandse overheid liet daarvoor speciaal vier rolkoffers maken. De Rijksuniversiteit Groningen voerde op verzoek van Maleisië koolstofdatering uit, maar een betrouwbare ouderdomsbepaling bleek onmogelijk omdat er niet genoeg collageen in de botten zat.
De resten keren binnenkort terug naar de vindplaats; later dit jaar opent in Guar Kepah een nieuw archeologisch museum waar ze een plek krijgen. De teruggave past in een bredere trend waarbij Nederland steeds vaker objecten en menselijke resten uit koloniale contexten restitueert; er lopen nog meerdere verzoeken waarvan details niet zijn vrijgegeven.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen tegen Wilfred Genee In de Wandelgangen: 'Jij moet helemaal niet zeuren!'