Kabinet bouwde crisisbestrijding na eerste coronagolf te snel af, zegt Hubert Bruls. En de avondklok was 'robuust' maar deed wel 'pijn'

maandag, 8 juni 2026 (14:20) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

De Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls (CDA), toen voorzitter van het Veiligheidsberaad dat de 25 veiligheidsregio’s vertegenwoordigt, zei maandag tegen de parlementaire enquêtecommissie dat het kabinet de landelijke crisisorganisatie rond corona in de zomer van 2020 te snel heeft afgebouwd. Na de eerste voorjaarsgolf zaten de burgemeesters eind juli wel nog samen om de situatie te bespreken, maar formeel waren zij uit de landelijke crisisstructuur gehaald; pas eind september, toen infectiecijfers weer stegen, werden ze opnieuw bij kabinetsoverleg betrokken.

Bruls rekent terug tot een vroeg cruciaal moment: een overleg op 3 maart 2020, kort na de eerste bevestigde besmettingen. De snelheid waarmee het virus zich verspreidde maakte volgens hem een traditionele, zorgvuldig opgebouwde nationale organisatie onmogelijk. Daarom koos het kabinet ervoor aanwijzingen te geven die het Veiligheidsberaad in noodverordeningen omzette; die verordeningen werden door alle 25 veiligheidsregio’s ingevoerd en maakten burgemeesters verantwoordelijk voor uitvoering. Hoewel critici wezen op het ontbreken van bevestiging door lokale gemeenteraden, verdedigt Bruls deze werkwijze als de enige werkbare manier om snel en lokaal uitvoerbaar op te treden, mede omdat politie en GGD onder gemeentelijke of regionaal-bestuurlijke verantwoordelijkheid vallen.

Over de in januari 2021 ingevoerde avondklok zegt Bruls dat het een zeer robuuste maatregel was en relatief eenvoudig handhaafbaar, al erkent hij dat sommige burgemeesters twijfels hadden vanwege de aantasting van een fundamenteel recht. De avondklok ging gepaard met grootschalige rellen en bedreigingen richting bestuurders. Directe effectiviteit van de maatregel kon volgens Bruls niet ondubbelzinnig worden aangetoond, maar hij vond het verdedigbaar in een periode van stagnerende daling van besmettingen.

Ten slotte stelde Bruls dat bij een volgende grote crisis de premier — of anders de minister van Justitie — meer sturend zou moeten optreden. Hij benadrukt dat zijn opmerking geen kritiek op het ministerie van Volksgezondheid is, maar wijst erop dat een aanvankelijk zuiver gezondheidsprobleem snel uitgroeide tot een breed sociaal-economisch vraagstuk.